Jaarboeken

Uitgebrachte Jaarboeken

Op deze pagina vindt u het paradepaardje van heemkundekring De Honderd Hoeven. Elk jaar brengt de redactie een jaarboek uit. Dit jaarboek heeft elk jaar een ander thema. Het uitgeven van de jaarboeken is gestart in 1985. Inmiddels is het 34 e exemplaar verschenen. Aan Jaarboek 35 wordt al hard gewerkt. Naast de vaste redactie zijn ook andere leden actief met onderzoek, schrijven of het verzorgen van illustratie materialen.Naast de jaarboeken verschenen twee extra uitgaven:. Halderberge Oud en Nu (1998) en Voortlevend Verleden (2001).Hieronder vindt U een overzicht van alle verschenen jaarboeken met een korte beschrijving van de inhoud van het betreffende boek.

Verkoopadressen:

Onze jaarboeken zijn te koop voor 22 euro. Jaarboek 31 (geheel in kleurendruk) kost 25 euro. Te verkrijgen via een van onze bestuursleden. De volgende jaarboeken zijn helaas niet meer te koop: 1 t/m 8, 16, 22 en 25.

Jaarboek 34, 2018. Wonen in de Rijken Eik
Jaarboek 33, 2017. Aan God toegewijde vrouwen uit Hoeven

2017

Jaarboek 33 is inhoudelijk het vervolg op Jaarboek 32 (2016). De bijdrage Servitutem et misericordiam behandelde het wel en wee van de mannelijke geestelijken die in Hoeven, Bosschenhoofd en de Sint Maartenspolder geboren zijn. Het was oorspronkelijk de bedoeling ook de vrouwelijke geestelijkheid, laten we zeggen de nonnekens, te beschrijven. Maar dan werd het boek veel te uitgebreid.

Onder de titel Aan God toegewijde vrouwen uit Hoeven wordt de geschiedenis van zo’n 125 zusters en verwante vrouwen beschreven. Ook bij hen ging het om het in die genoemde locaties geboren zijn of er zijn opgegroeid. Het geheel begint met een chronologische behandeling van de negentien kloosterordes waartoe de Hoevense nonnen zijn toegetreden. Ook in de beschrijving van de individuele zusters is uitgegaan van de chronologie van hun geboortedatum. De bijdrage is geschreven door Ton Wouters. Hij werd daarbij intensief geassisteerd door Lia Uitdehaag-de Rooij en de andere redactieleden.

Al spoedig na de presentatie van Jaarboek 32 bereikte ons de vraag van een lid van de heemkundekring, waarom pater Kees van den Muijsenberg niet was opgenomen in het boek. We konden al snel constateren dat deze man onder de radar gebleven was. Ter leniging van dit erratum werd besloten de ontbrekende informatie te publiceren na het Nawoord van dit Jaarboek 33. Voor de goede orde zij vermeld dat die gegevens horen bij Jaarboek 32. Enkele conclusies, die in Jaarboek 32 waren opgenomen, worden bijgesteld. Ook enkele corrigenda zijn meegenomen.

Jaarboek 32, 2016. Twee eeuwen gemeentebestuur (deel 9: 1935-1941) en Servitutem Misericordia

2016

De uitgave van Jaarboek 31 was een groot succes. Dat gold voor een aantal aspecten van dit boek. Uiteraard betrof dat op de eerste plaats het onderwerp. Dat was carnaval. Het gevolg was dat er veel foto’s in kwamen waarop mensen afgebeeld stonden, jong en oud. Daarnaast werd er een uitgebreide geschiedenis geschreven van het Hoevense carnaval. Kortom: dit jaarboek behoort tot onze toppers. De redactie wist toen al dat het moeilijk zou zijn met Jaarboek 32 de carnaval te overtreffen.

Jaarboek 32 begint met een onderwerp dat haaks staat op het carnavalsfestijn. Dat is een In memoriam voor Frans Withagen. Toen Frans in juni 2014 overleed, waren we niet in de gelegenheid hem in een In memoriam te gedenken. Dat vonden we ook niet gepast in het volgende jaarboek over carnaval. Vandaar dat we Jaarboek 32 beginnen met een herinnering aan Frans Withagen, die voor onze vereniging heel veel betekend heeft.

Rieni Voermans sluit zijn serie over het Hoevense gemeentebestuur af bij het begin van de Bezetting. Twee eeuwen gemeentebestuur Hoeven (1813-1996). Deel 9: Naar een voorlopig einde (1935-1941). Het betekent niet het einde van de serie; ze wordt voorlopig gestopt. Er wordt overwogen om de periode vanaf 1945 tot 1996 alsnog te publiceren. Een belangrijke reden daarvoor is het feit dat na de Tweede Wereldoorlog de rol van de gemeenteraad in het dorpsbestuur steeds belangrijker wordt. Daarmee wordt tevens voldaan aan de hoofdtitel van de serie waarmee aangegeven wordt dat 1996 het slotjaar is, omdat de gemeente Hoeven toen ophield te bestaan.

Al geruime tijd is met name Lia Uitdehaag-de Rooy  bezig met het verzamelen van gegevens over de Hoevense geestelijkheid. Dat wil zeggen de mannelijke en vrouwelijke geestelijken die in die plaats geboren zijn. Vervolgens werd contact gezocht met Ton Wouters die ermee instemde om een artikel samen te stellen met die stof. Dat is gebeurd onder de titel Servitutem et misericordia. Hoevense mannen die hun christelijke roeping volgden. Ton is zijn bijdrage begonnen met een uitgebreid historisch overzicht van allerlei vormen van religieuze gebondenheid. In het tweede deel van zijn artikel behandelt Ton alle Hoevense mannen die hun roeping gevolgd hebben. Van hen wordt alle beschikbare informatie vermeld, zo ook over de gezinnen waar ze uit voortkomen. De beschrijvingen worden vooraf gegaan door informatie over de geestelijke verbanden waartoe de priesters en monniken behoord hebben of nog behoren, zoals bijvoorbeeld de cisterciënzers. Achter het artikel staat een alfabetisch overzicht om het zoeken van de geroepenen te vergemakkelijken.

Oorspronkelijk was het de bedoeling ook de Hoevense vrouweijke religieuzen, de ‘nonnekens’, te behandelen, maar daarvoor was de beschikbare stof te uitgebreid. We schuiven dat door naar een volgend jaarboek.

Het valt op dat we in Jaarboek 32 twee artikelen publiceren die in volgende uitgaven een vervolg krijgen. We mogen daarom gerust vaststellen: de Hoevense geschiedenis leeft, ook al is die verleden tijd.

Jaarboek 31, 2015. Lang Leve de Leut in Peejenland

2015

Al vele jaren leefde er bij de redactie de wens wat uitgebreider dan in Jaarboek 18 aandacht te besteden aan het succesvolle Hoevense carnaval. De gelegenheid deed zich voor toen bleek dat in 2015 het Hoevense carnaval 55 jaar bestond. Nader onderzoek wees uit dat er ook voldoende archief beschikbaar was. Restte nog mensen erbij te zoeken die insiders in het carnavalsgebeuren zijn. Die werden gevonden in de personen van Piet Lauwerijssen, Adrie van der Logt en Wim de Rijck. Eerst diende de beschikbare informatie geïnventariseerd en gecatalogiseerd te worden. Het drietal werd daarbij geholpen door redactieleden. Daarna werd met hulp van de redactie begonnen met het schrijven van de eerste teksten. Daarbij werd ook gebruik gemaakt van gegevens uit afgenomen interviews van onder anderen Cor van Sintruijen. Intussen ging John Jochems op zoek naar illustratiemateriaal. Dat bleek in voldoende mate aanwezig te zijn. Het resultaat is Jaarboek 31 met de volgende bijdragen. Over de geschiedenis van carnaval in het algemeen schreef Cees van Caulil een kort hoofdstukje. Het doel daarvan is het Hoevense carnaval te positioneren in de geschiedenis. Daarna volgt van de hand van Adrie van der Logt een uitgebreide bijdrage over de geschiedenis van de organisatie van het carnavalsfeest in Hoeven. Dat gebeurt in chronologische volgorde vanaf het begin in 1961. Zo komt elk jaar aan bod. Het eerste hoofdstuk wordt gevolgd door een achttal kleinere hoofdstukjes van Adrie van der Logt en Wim de Rijck over een aantal opvallende aspecten van het Hoevense carnaval. Uitgebreider is het hoofdstuk over de optochten van de hand van Wim de Rijck. Piet Lauwerijssen schreef samen met leden van de verschillende bouwclubs over hun activiteiten en over de door hen gebruikte materialen. De afsluiting van het boek gebeurt met een Nawoord door Cees van Caulil. Veel aandacht is geschonken aan het bij elkaar zoeken van passende foto’s en die te voorzien van de juiste onder- en bijschriften. Ondanks verwoede pogingen is het niet altijd gelukt het juiste illustratiemateriaal te pakken te krijgen. De her en der in het boek geplaatste kader(tje)s compenseren dan dit gemis. Wel willen wij op deze plaats de mensen danken die illustratiemateriaal aan ons hebben afgestaan. Zoals altijd wensen wij u veel lees- en kijkgenot toe bij het lezen en doorbladeren van dit unieke boek.

Jaarboek 30, 2014. Wonen op de Spie

2014

Het verschijnen van dit Jaarboek 30 staat eerst en vooral in het teken van het overlijden van onze geliefde voorzitter Jan Bouwens in maart van dit jaar. Jan was de heemkundekring. Hij was uitermate trots dat zo’n eenvoudige heemkundekring erin slaagde inmiddels al 30 jaarboeken uit te geven over de Hoevense geschiedenis. Dat liet hij bij elke presentatie overduidelijk merken door redactie en auteurs uitgebreid te bewieroken. We zullen vanaf dit jaar zijn zeer gewaardeerde inbreng node moeten missen. We luiden Jan in dit Jaarboek 30 uit in een uitvoerig In memoriam dat gebaseerd is op de afscheidsrede van Piet Lauwerijssen tijdens de uitvaartdienst van Jan op vrijdag 21 maart 2014. Jaarboek 30 is niet alleen een eerbetoon aan Jan Bouwens, het is tevens het podium voor een jonge, nieuwe onderzoeker van en schrijver over de Hoevense geschiedenis.

Dit themaboek onder de eenvoudige titel Wonen op de Spie staat op het conto van bestuurs- en redactielid Alwin Bastiaansen. Het heeft hem menig uurtje van zijn vrije tijd gekost, eerst met het verzamelen van informatie en daarna met het weergeven daarvan in leesbare teksten. Alwin heeft ervaring opgedaan als co-auteur van Jaarboek 28 over een deel van de Hoevense dorpskern, waarin ook de bewoningsgeschiedenis het thema was. Jaarboek 30 is helemaal gewijd aan de Spie en bevat een massa aan gegevens. Alwin is bij het uiteindelijke resultaat bijgestaan door redactieleden, speciaal Piet Lauwerijssen heeft een grote inbreng gehad, vooral als klankbord. Beiden zijn opgegroeid op de Spie, waardoor een vruchtbare samenwerking is ontstaan. Al eerder werd aan de Spie aandacht besteed in een jaarboek van onze heemkundekring. Dat gebeurde door C.A.I.L. van Nispen en J.J. Manniën in: De buurtschap De Spie. Nel Buijs over De Spie in vroeger tijden, in Jaarboek 13 (1997), p. 11-44. Daarin stond het leven in het algemeen op de Spie centraal. De Spie vormt geen gemakkelijk gebied voor het samenstellen van een bewoningsgeschiedenis op de manier waarop wij dat bij andere wijken eveneens gedaan hebben. Dat wil zeggen dat we bij de bewoningsgeschiedenissen van het Moleneind, van de Heul, van het Gors, van de Sint Maartenspolder en ten slotte van de dorpskom (de cuijpe) een bepaalde, sluitende route gevolgd hebben. Ook de route van de Spie is sluitend maar dat is minder makkelijk gegaan. Dat komt omdat er op de Spie veel meer sprake is van verspreide bebouwing. Op grote stukken van de route staan geen huizen (meer). Een andere handicap is het feit dat er veel wegen en zijwegen door het gebied lopen. Als gids in de tekst zijn korte ‘richtingaanwijzers’ toegevoegd die de lezer de juiste kant opsturen. Speciale kaartjes bieden de lezer een verder houvast. Verder is er – zoals bij eerdere beschrijvingen eveneens gebeurd is – een routebeschrijving toegevoegd. Ook is de tekst voorzien van een handleiding waarin duidelijk gemaakt is aan welke regels de onderzoekers/auteurs zich gehouden hebben. Ook speciale kaartjes, waarop de verdwenen panden zijn aangegeven, bieden de lezer een houvast. Opnieuw is de redactie erin geslaagd een flink stuk van de Hoevense geschiedenis in boekvorm uit te geven. Het is geen leesboek geworden, maar dat waren de vorige bewoningsgeschiedenissen ook niet. Het is een boek om erin te grasduinen, je familie op te zoeken en eventueel aanvulling van je genealogisch onderzoek te ontdekken. Want dat is het zeker: een speurtocht die kan leiden tot allerlei ontdekkingen. Wij danken iedereen die op enigerlei wijze een bijdrage geleverd heeft aan het totstandkomen van dit dertigste Jaarboek.

Jaarboek 29, 2013. Twee eeuwen gemeentebestuur Hoeven (deel 8: 1931-1935) en Katholieken Vrouwen Organisatie afdeling Hoeven

Jaarboek 29 bevat slechts twee artikelen, maar telt toch bijna zo’n 220 pagina’s. Inhoudelijk komen die artikelen overeen met dezelfde soort bijdragen als in Jaarboek 27. Rieni Voermans schreef deel 8 van zijn vervolgserie over de geschiedenis van de Hoevense gemeenteraad vanaf 1813. Het andere artikel is van de hand van Ton Wouters en is eveneens een vervolg. En wel op zijn bijdrage in Jaarboek 27 over de Boerinnenbond. In zijn artikel  in dit nieuwe jaarboek behandelt Ton de geschiedenis van de opvolgster van de Boerinnenbond, namelijk de KVO, de Katholieke Vrouwen Organisatie Hoeven. De bijdrage van Rieni Voermans heeft als ondertitel: Noodlijdend in buitengewone tijdsomstandigheden. Het artikel gaat over de raadsperiode 1931-1935. Het zijn de hoogtijdagen van de wereldwijde economische recessie. En daarmee is er indirect verband met de huidige economische crisis. Dat zijn die ‘buitengewone tijdsomstandigheden’. Het kostte het Hoevense gemeentebestuur veel moeite om inkomsten en uitgaven in evenwicht te brengen. Daarom was Hoeven een noodlijdende gemeente. Verschillende voorbeelden waaruit die noodlijdendheid blijkt, komen aan bod. Uit sommige blijkt hoe hoog de nood was. Zo kwam er een extra belastingheffing op biljarts.  Dat zorgde voor de nodige reuring. Voor de zoveelste maal stonden kerkbestuur en gemeentebestuur tegenover elkaar, want de pastoor weigerde extra te betalen voor het biljart dat in het patronaat stond. De jaarlijkse kermis was ook een onderwerp van discussie in de raad in verband met de armoede in Hoeven.  En niet te vergeten de werkeloosheid en de werkverschaffing. Die zorgden voor de mogelijkheid om bepaalde wegen in Hoeven te verharden. Maar de keuze van welke wegen leidde ook weer tot gehakketak in de raad waarbij eigenbelang bovenaan kwam. De achtergrond van de economische crisis leidde ertoe dat de Hoevense raadsleden kritiek hadden op het hoge salaris van de directeur van de Trammaatschappij. Ook toen al. Kortom, weer een zeer gevarieerde bijdrage aan de Hoevense geschiedenis. De geschiedenis van de Hoevense KVO bestrijkt de periode 1967-2006.  In 2006 werd de KVO Hoeven opgeheven na een aanhoudende niet te stoppen achteruitgang van het ledental. In 1967 ging de Boerinnenbond geleidelijk over in de KVO. Die overgang had ook toen te maken met een terugloop van het aantal agrarische vrouwen als lid. In de KVO was namelijk iedereen welkom: de agrarische en niet-agrarische vrouwen. De overgang van de Boerinnenbond naar de KVO verliep geleidelijk doordat het bestuur van de Boerinnenbond bleef zitten. En het was vooral het bestuur van de KVO dat verantwoordelijk was voor het reilen en zeilen binnen en buiten de vereniging. De leden volgden trouw. Alles overziende blijkt dat de KVO flink heeft bijgedragen aan de bewustwording van Hoevense vrouwen. Al zullen ze dat zelf niet toegeven. Ton Wouters beschrijft hoe jaar in jaar uit de KVO-leden allerlei activiteiten voorgeschoteld kregen door hun bestuur. Welke activiteiten dat waren? Daarvoor verwijs ik u graag naar het artikel. Het is te veel om op te noemen.

Jaarboek 28, 2012. 'De Cuijpe'

2012

Het is voor de zesde keer dat de bewoningsgeschiedenis van een deel van Hoeven is beschreven. In Jaarboek 3 (1987) werd met die traditie een voorzichtig begin gemaakt. Daarin werd in het kader van de expositie van de prenten van Johan Louis Gerlagh in Bovendonk de bewoningsgeschiedenis van de oostelijke kant van de St. Janstraat beschreven. Na Jaarboek 3 verscheen in Jaarboek 16 (2000) een bewoningsgeschiedenis van het Moleneind, gevolgd in Jaarboek 19 (2003) van de Heul, in Jaarboek 22 (2006) van het Gors en in Jaarboek 25 (2009) van de Sint Maartenspolder.

De beschrijving van het oudste deel van de St. Janstraat in dit Jaarboek kan inmiddels ook steunen op artikelen in eerdere jaarboeken over de bewoning van dit gebied (zie de Literatuurlijst). Met name in Jaarboek 10 (1994) worden heel wat neringdoenden in dit oostelijke deel van St. Janstraat beschreven. En daarmee zijn we aangeland bij een van de kenmerken van de bewoners en eigenaren van huizen in dit deel van Hoeven. Daar woonden veel ambachtslieden: schoenmakers, kleermakers, wevers en koperslagers. Ongetwijfeld werd die werkgelegenheid sterk gestimuleerd door de aanwezigheid vanaf 1816 van het seminarie op Bovendonk. Bij die ambachtslieden verbleven veel knechten, meestal voor een periode van een jaar. Maar er waren ook jongeren die als leerling in de kost waren. Dat zorgde voor veel afwisseling in de bewoning. Een ander kenmerk is de aanwezigheid van commensalen of kostgangers. Het betrof mensen met allerlei beroepen van timmerlieden, metselaars tot secretarieambtenaren en schoolmeesters. Een aantal van hen had werk in Hoeven en mogelijk ook in de omgeving. Het komen en gaan van dienstmeiden, knechten, leerlingen, familieleden en kostgangers is in dit Jaarboek 28 uitgebreid beschreven. Het geeft de indruk van een actieve en enerverende gemeenschap. Daar komt bij dat in dit deel van de St. Janstraat opvallend veel mensen uit verre streken woonden, vaak met de vreemdste namen en uit gebieden ‘all over the world’. Wat verder opvalt is het gegeven dat in bepaalde woningen verschillende gezinnen en gezelschappen tegelijkertijd woonden. Het lijkt wel of elke vierkante centimeter van die woningen gebruikt werd. Dat maakt het moeilijk voor de beschrijver om chronologisch aan te geven wie er na elkaar woonden. Daar komt bij dat het bevolkingsregister, dat de basis vormt van de beschrijving van de bewoning vanaf 1821, niet steeds nauwkeurige informatie geeft over tijdstip van aankomst in en vertrek uit Hoeven. Dit gebied bij de oude Hoevense kruiskerk is ongetwijfeld de vroegst bewoonde wijk van Hoeven. Je zou kunnen zeggen: het oude centrum. Daarom wordt dat aangeduid met de oude naam ‘de cuijpe’. Het betekent ook dat vaak ver terug gegaan kon worden in de geschiedenis van de woonlocaties. In de huizen in dit deel van de St. Janstraat treffen we ook nogal eens notabelen aan. Mensen uit voorname families, die bestuursfuncties bekleedden als die van schout, drossaard, dijkgraaf en burgemeester. Te denken valt aan de familie Van Steenhuijs, De Witte en Otgens. Meestal waren ze eigenaren van de panden, maar ook komt het nogal eens voor dat ze hier woonden. Een volgend kenmerk van de woningen is, dat nogal wat huizen met een naam gesierd waren. Te denken valt aan De Valck, het Regthuijs, Abrahams Offerande, ’t Fortuijntje, De Trompet, De Zwaan en Het Hooghuis. Na de oorlog werd dit deel van de St. Janstraat ook wel aangeduid als de Luienhoek. Voor het ontstaan van die naam zie het verhaal De jeugd van de Luienhoek. De westelijke zijde van de St. Janstraat werd en wordt aangeduid als ‘de Rijken Eik’.

Dit jaarboek is tot stand gekomen, zoals dat ook eerder het geval was met andere bewoningsgeschiedenissen, door samenwerking in groepsverband van Paul Bakkers, Alwin Bastiaansen, Cees van Caulil, Piet Lauwerijssen, Lia Uitdehaag-de Rooy en Frans Withagen. Uiteraard is weer uitgebreid aandacht besteed aan het verluchtigen en toelichten van de tekst met passende foto’s. Het kan niet anders dat dit vooral foto’s zijn van panden en dorpsgezichten. Dit jaarboek is een verzameling van namen en jaartallen geworden. Het is geen leesboek dat de lezer van de eerste tot de laatste bladzijde zal pakken. Maar eerder zal de lezer het pakken om te verifiëren, wie er toch daar en daar gewoond hebben, van wie dat huis ook weer was, welke kinderen een echtpaar had en wat het beroep van de vader was. Op deze wijze zal dit jaarboek beslist een toegevoegde waarde hebben voor de Hoevense historie en gaat die geschiedenis leven.

Jaarboek 27, 2011. Sint Bernadette, de Hoevense Boerinnenbond, Twee eeuwen gemeentebestuur Hoeven (deel 7: 1928-1930) en Drie generaties Wijnants (Wijnen)

2011

Dit jaarboek bevat drie artikelen, elk over een verschillend onderwerp. Het eerste artikel is getiteld Sint Bernadette, de Hoevense Boerinnenbond (1946-1967) geschreven door Ton Wouters. Hij heeft de geschiedenis van een kleine Hoevense organisatie geplaatst in een ruim historisch tijdsbestek. Hij maakt duidelijk hoe moeilijk het is aanvankelijk voor de gehuwde boerinnen was om onder de invloed van hun mannen, verenigd in de Boerenbond, uit t komen. Dat gold niet voor de jonge, ongehuwde boerendochters. Zij gingen op zoek naar wat er verder in de wereld te doen was. Gevolg is dat de Boerinnenbond een actieve vrouwenclub werd die zorgde voor de emancipatie van de Hoevense boerinnen.

Het tweede artikel is van de hand van Rieni Voermans, die verder gaat met zijn zoektocht naar de geschiedenis van het Hoevense gemeentebestuur onder de titel Twee eeuwen gemeentebestuur Hoeven (1815-1996). In dit Jaarboek 27 is hij gekomen bij aflevering 7 onder de titel ’Ons dorp om te vormen tot een model staatje’ (mei 1928-1930). Centraal in die bijdrage staan de confrontaties tussen pastoor De Hoog en burgemeester Jansen.

Drie generaties Wijnants (Wijnen) in de zeventiende eeuw komen aan bod in een bijdrage van Cees van Caulil.

Jaarboek 26, 2010. Het Hoevense Dialect

2010

Jaarboek 25, het jubileumboek over de Sint Maartenspolder, was een stevige klus voor de redactie. Dat kostte heel veel tijd en inspanning. Daarom werd het plan om als Jaarboek 26 een woordenlijst van het Hoevense dialect, in het vervolg meestal aangeduid als d’Oeves, uit te geven door de redactie met instemming ontvangen. De redactieleden konden, zo werd gedacht, genieten van een sabbatical year. Het meeste werk van het verzamelen, het ordenen van woorden, het zoeken naar de juiste betekenis en gebruik van de woorden in een context was al verricht door de Dialectgroep van de heemkundekring De Honderd Hoeven. Vanaf 2002 is deze groep actief geweest. De rol van de redactie was bij deze uitgave flankerend. Wij hebben ons beperkt tot het begeleiden van het proces van publiceren en het redigeren van de teksten. Met de weergave van het dialect heeft de redactie zich niet bemoeid. Inhoudelijk is deze uitgave de verantwoordelijkheid van de Dialectgroep. Maar uiteraard is de redactie verantwoordelijk voor de uitgave als geheel. Gedurende de redactionele begeleiding werd de Dialectgroep vertegenwoordigd door Toon Oomen, die ruggenspraak hield met de groep. Daarbij is de woordenlijst verschillende malen kritisch doorgenomen en waar nodig door de leden gewijzigd. Telkens zijn de opgenomen woorden (betekenis en gebruik in zinsverband) getoetst aan de criteria zoals die in de Inleiding zijn geformuleerd. Waar gewenst is er toelichting met foto’s en ander beeldmateriaal. De meeste foto’s zijn van Toon Oomen. Waar dat niet het geval is, staat het in het bijschrift vermeld. De tekeningen zijn van de hand van Annemiek van Overveld. Zij vormen een creatieve toegevoegde waarde voor deze woordenlijst. Het is met gepaste trots, dat we deze alfabetische verzameling van d’Oevese woorden aan u presenteren. Samen met de Dialectgroep zijn we ervan overtuigd dat de lijst niet compleet is. Daar komt bij dat ook het dialect net als het Algemeen Nederlands voortdurend verandert. Omdat dialect vooral de uitspraak betreft zal dat soms van persoon tot persoon verschillen, want ieder heeft zijn eigen idiolect. Daarom hebben we het voornemen om via de website www.honderdhoeven.nl de gelegenheid te bieden aanvullingen en verbeteringen te publiceren. Een nadere uitwerking van deze mogelijkheid zal op de website vermeld worden. Wij wensen u veel plezier met deze Woordenlijst van het d’Oeves. Wellicht dat u uw steentje er nog aan bij kunt dragen.

Jaarboek 25, 2009. Sint Maartenspolder. Vijf eeuwen zorg voor mens, bodem en water (1483-1985)

2009

De heemkundekring De Honderd Hoeven geeft al vanaf 1985 een jaarboek uit. Het eerste jaarboek ging over de geschiedenis van de polder De Hoevense Beemden. Dat waterschap hield dat jaar op te bestaan na een fusie. Oprichter van de heemkundekring wijlen Wil van Oosterhout had het gelukkige idee het uitgeven van een jaarboek als basis te nemen voor de uitbouw van de pas opgerichte heemkundekring. En dat werd een succes, want op woensdag 15 juli 2009 werd Jaarboek 25 gepresenteerd. Een jubileumboek.

De redactie wilde graag met dit 25ste jaarboek goed uitpakken. Redactielid Frans Withagen is al decennia bezig om alle mogelijke historische en andere informatie over de Sint Maartenspolder te verzamelen. Hij was bereid zijn materiaal ter beschikking te stellen om het te verwerken in een jaarboek. Aldus werd het jubileumboek evenals het eerste een uitgave over een Hoevense polder. De redactie bestaande uit Cees van Caulil, Piet Lauwerijssen, Rieni Voermans en Frans Withagen, heeft in gezamenlijkheid het themaboek samengesteld. Hoewel het nog een hele klus was om het overvloedige materiaal in begrijpelijke teksten weer te geven. Onder de titel Sint Maartenspolder. Vijf eeuwen zorg voor mens, bodem en water (1483-1985) zal het boek verschijnen. Achtereenvolgens komen aan bod: de geologische geschiedenis van de polderbodem, de bedijking van de polder, het bestuur en het beheer ervan en de bewoningsgeschiedenis. Vanaf de uitgifte van het te bedijken land in 1483 is de Sint Maartenspolder in bestuurlijk opzicht een bijzonder fenomeen geweest. Tot 1811 heeft de polder naast een waterschapsbestuur ook een burgerlijk bestuur gekend. Het was toen eigenlijk een apart dorp met een zelfstandig bestuur. Uitgebreid wordt aandacht besteed aan de mensen die er geboren zijn, gewoond hebben en gestorven zijn. En ook de bezitters van woningen, boerderijen en grond komen aan bod, want in deze polder waren nog al wat pachtboerderijen. Het is een zeer uitgebreide bewoningsgeschiedenis geworden met veel nog nooit gepubliceerde foto’s.

Omdat het een jubileumboek is heeft de redactie gemeend om ook een aantal pagina’s met illustraties in kleur te plaatsen. Dat is voor de eerste keer in 25 jaar en het geeft het jaarboek een extra dimensie. Jaarboek 25 kan met recht een jubileumboek genoemd worden. Het is met zijn 420 pagina’s het meest omvangrijke van de hele serie.

Jaarboek 24, 2008. Hoe de gemeente Hoeven haar Bosbad verloor, Bovendonk een beeld van een monument en Twee eeuwen gemeentebestuur Hoeven (deel 6: 1923-1928)

2008

Vlak voordat we weer een nieuw jaarboek uitbrengen, zijn we er als redactie over verbaasd dat het opnieuw gelukt is. En ook trots. De Hoevense geschiedenis biedt nog steeds vele mogelijkheden om die te beschrijven. We hebben er ook dit keer weer uitvoerig gebruik van gemaakt.

Jaarboek 24 opent met een bijdrage van Cees van Caulil en Paul Dillisse over Bosbad Hoeven onder de titel Hoe de gemeente Hoeven haar Bosbad verloor. Tussen 1956 en 1990 was de gemeente Hoeven eigenaar van het Bosbadcomplex. Het beheer ervan was opgedragen aan de Stichting Bosbad Hoeven. De auteurs beschrijven in hun bijdrage wat voor inspanningen er geleverd zijn om het Bosbadcomplex, bestaande uit het zwembad en recreatiepark, de camping en het overdekt zwembad De Nimf, exploitabel te houden. Daarbij werd niet geschuwd om de concurrentie met bijvoorbeeld De Efteling aan te gaan. In de jaren tachtig van de vorige eeuw bleek steeds meer dat het Bosbad voor Hoeven niet te behouden was en geprivatiseerd moest worden. De verkoop zelf was het eindpunt van die ontwikkeling. De gecompliceerdheid daarvan hebben de auteurs niet in hun bijdrage verwerkt. Zij hebben zich hoofdzakelijk geconcentreerd op het Bosbad, dat wil zeggen het open zwembad en vooral het attractiepark. Allerlei andere onderdelen (de Bosbadhal, De Nimf en de camping, maar ook de exploitatie ervan) komen nauwelijks aan bod.

In 2007 was het honderd jaar geleden, dat seminarie Bovendonk gebouwd werd. Dat werd door het huidige Centrum Bovendonk uitgebreid gevierd. Daarbij werd ook enkele malen de medewerking van de heemkundekring De Honderd Hoeven verleend. In het kader daarvan heeft de redactie gemeend een fotokatern uit te brengen over de gebouwen op Bovendonk vanaf het einde van de achttiende eeuw die gediend hebben als seminarie. In Bovendonk: een beeld van een monument hebben Cees van Caulil, Piet Lauwerijssen en Lia Uitdehaag-de Rooy een aantal afbeeldingen en foto’s in chronologische volgorde geplaatst en voorzien van verbindende en toelichtende teksten. Het overzicht begint bij enkele aquarellen uit de collectie van Johan Louis Gerlagh uit 1795 en eindigt met opnamen uit 2008.

Rieni Voermans vervolgt zijn serie over de geschiedenis van de Hoevense gemeentebestuur getiteld Twee eeuwen gemeentebestuur Hoeven (1813-1996) met deel 6. Dat draagt als titel De laatste raadsjaren van burgemeester Van Meer (1923-april 1928). Het boeiende van deze aflevering is niet alleen de betrokkenheid van de raadsleden bij zowel het kleine als grote wel en wee van de gemeente en haar inwoners, maar vooral de groei van de politieke instelling van de raadsleden, waarbij steeds meer partijvorming ontstaat. Aan de hand van vele voorbeelden wordt de werkwijze van de raadsleden duidelijk gemaakt.

Ook deze keer hebben we weer kunnen rekenen op de medewerking van leden en niet-leden van de heemkundekring De Honderd Hoeven. Dat geldt met name voor het uitlenen van illustratiemateriaal. Wij zijn hen daar dankbaar voor. We hopen dat dit Jaarboek 24 u als belangstellende in de geschiedenis van Hoeven weer zal boeien.

 

 

Jaarboek 23, 2007. Twee eeuwen gemeentebestuur Hoeven (deel 5: 1919-1923), Gouden bruiloften in de twintigste eeuw en De Hoevense Boerenbond

2007

Het is makkelijker te klimmen naar de top dan er te blijven. Die gedachte kan van toepassing zijn op dit Jaarboek 23, dat we uitbrengen na het zeer succesvolle Jaarboek 22 over het Gors. Succesvol omdat het binnen een mum van tijd uitverkocht was. Voor Jaarboek 23 een onmogelijke opgave om dat succes te evenaren. Toch prijzen we ons gelukkig erin geslaagd te zijn een aantal boeiende artikelen te kunnen publiceren.

Zo gaat Rieni Voermans verder met zijn artikelenreeks over de geschiedenis van het Hoevense gemeentebestuur onder de overkoepelende titel Twee eeuwen gemeentebestuur Hoeven (1813-1996). Hij is inmiddels met deel 5 aangekomen bij de periode kort na de Eerste Wereldoorlog. De auteur heeft deze aflevering als titel meegegeven Dwarsdrijverij en zieltjesjagerij (1919-1923). De vorige afleveringen zijn te vinden in de Jaarboeken 13, 14, 15 en 19. In de bijdrage in dit Jaarboek 23 komen uiteraard de leden van de gemeenteraad aan bod en het College van Burgemeester en Wethouders. Met name is dat interessant tegen de achtergrond van de gewijzigde Kieswet in 1917 en 1919. Voor het eerst is er een duidelijke fractievorming zichtbaar. Nog uitgebreider gaat Voermans in op allerlei zaken die met het gemeentelijke reilen en zeilen te maken hebben. Zo komen onderwerpen aan bod als de gemeentearbeiders (met of zonder kruiwagen), de straatverlichting, de politie, de scholen, de nutsvoorzieningen (water en elektriciteit), de brandkuil op de Kruisstraat en de werkeloosheid. Om maar enkele thema’s te noemen. Aldus wordt het functioneren van het gemeentebestuur ten behoeve van de inwoners getoond.

Nieuw dit jaar is het fotokatern, ook wel ‘een praatje bij een plaatje’ genoemd. Uitgangspunt is dat op basis van een thema foto’s gezocht worden die daarbij passen. Dat betekent dat de tekst ondergeschikt is aan het fotomateriaal. De foto’s met uitgebreide bijschriften worden voorafgegaan door een inleiding. Dit jaar is gekozen voor het onderwerp ‘Gouden bruiloften in de twintigste eeuw’. In de vorm van beschikbare foto’s met bijbehorende tekst wordt een overzicht gegeven van allerlei gebruiken in beeld en woord van de viering van een gouden bruiloft gedurende de vorige eeuw. Het is het resultaat van een collectief bestaande uit Paul Bakkers, Jan Bouwens, Cees van Caulil, Piet Lauwerijssen, Adrie van de Logt, Mario Manniёn en Lia Uitdehaag. Als bijlage is een overzicht toegevoegd van alle gouden bruiloften uit de twintigste eeuw, in zoverre die opgespoord konden worden. Hopelijk kunnen de lezers eventuele hiaten aanvullen.

Na Jaarboek 20 wordt nu opnieuw aandacht besteed aan de agrarische sector en wel aan de Hoevense Boerenbond. Jos Vermunt, afkomstig uit een landbouwmilieu, heeft samen met Cees van Caulil getracht een aantal aspecten van de geschiedenis van deze vereniging te belichten. Die bestond van 1910 tot 1999, toen de Boerenbond opging in een fusie onder de naam ZLTO-afdeling Halderberge. De eerste zestien jaren van het bestaan van de Hoevense Boerenbond zijn nogal in het duister gehuld, omdat de verblijfplaats van de notulen van de vergaderingen uit die tijd onbekend is. Maar vanaf 1926 boden de notulen voldoende informatie voor een uitgebreide beschrijving. Daarnaast zijn Hoevenaren die betrokken waren bij de Boerenbond, geïnterviewd. De auteurs hebben in hun bijdrage niet gestreefd naar volledigheid. Zo zijn aan de Boerenbond gelieerde verenigingen heel kort of niet beschreven. Dat is materiaal voor de volgende jaarboeken.

Weer zijn we erin geslaagd een jaarboek uit te brengen. Dat stemt tot dankbaarheid, temeer omdat blijkt dat samenwerken aan de basis van dit Jaarboek 23 staat. En ook dat we zoeken naar nieuwe wegen, zoals het fotokatern, om de geschiedenis van Hoeven en Bosschenhoofd te beschrijven. Daarnaast mogen we met vreugde constateren, dat steeds meer mensen bereid zijn mee te werken aan het totstandkomen van een jaarboek door het verschaffen van informatie, bijvoorbeeld in de vorm van een interview, en het uitlenen van foto- en ander illustratiemateriaal. Daarvoor zijn we hen dankbaar.

 

Jaarboek 22, 2006. Wonen op het Gors.

2006

Na eerdere uitgaven met bewoningsgeschiedenissen van het Moleneind en de Heul is het in Jaarboek 22 de beurt aan het Gors. In de bijdrage Wonen op het Gors. Van de Kruisstraat naar de Kruisstraat van Cees van Caulil, Paul Bakkers, Jan Manniën en Lia Uitdehaag-de Rooy komen in de vorm van een route veel van in het verleden en nu bewoonde locaties aan bod. Zowel bewoners als eigenaren zijn zoveel mogelijk opgespoord. De route begint bij de Kruisstraat aan de westelijke zijde van het Gors. Langs de oneven nummers komt de route aan bij nummer 129, de boerderij van De Rond, en gaat verder aan de overzijde van de straat met de even nummers. De route eindigt bij de Kruisstraat waar vroeger het café van Van de Lindeloof stond. Bij elke beschrijving staat een recente foto van het huidige pand en soms een foto van een vroeger pand op deze plaats.

In de bijdrage Bekende families op het Gors van Piet Lauwerijssen, Lia Uitdehaag-de Rooy en Frans Withagen staan beperkte stambomen van enkele families die al lange tijd op het Gros verblijven, namelijk de families Brans, Buijs, Dam, Van Eekelen, Hopstaken, Kuijstermans en De Rond. Daarbij staat ook vermeld waar de mensen gewoond hebben of nog steeds wonen.

Over het Gors werd in 1854 de spoorwegverbinding tussen Oudenbosch en Zevenbergen (Moerdijk) aangelegd. Later werden er twee spoorwegwachtershuizen gebouwd. Over die aanleg, die huizen en de mensen die bij de spoorweg betrokken waren wordt door Marius Broos uitgebreid verteld onder de titel Uit het leven van de spoorwegwachters op het Gors.

Voor de aanleg van die spoorwegverbinding moest er over De Mark bij De Hoop een spoorbrug komen. Omdat de aanleg daarvan door allerlei omstandigheden te zeer vertraagd werd, werd besloten om ’s nachts door te werken door toepassing van elektrisch licht. Het was in Nederland de eerste keer dat elektrisch licht werd gebruikt en Hoeven had de primeur. Het wordt beschreven door Jan Brans onder de titel En er zij licht…

In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw was het Gors bij tijd en wijle landelijk nieuws. Actualiteitenprogramma’s brachten het Gors op radio en tv. Dat zat hem in het persstation, dat daar gebouwd was en bedoeld was om afvalwater van met name Shell-Moerdijk af te voeren. De stank en de latere ziektegevallen leidden tot grote onrust bij de bewoners. In zijn artikel Het persgemaal aan het Gors. Botsing van Brabantse burgers, bestuur en bureaucratie wordt door Jan Brans de gehele kwestie uitgebreid beschreven, waarbij vooral de bestuurlijke gang van zaken belicht wordt.

Ten slotte komt ook de wijkvereniging van het Gors nog aan bod. Deze actieve club heeft met name in het laatste kwart van de vorige eeuw veel gedaan om het sociale leven op het Gors te bevorderen. De tekst is van Adrie van der Logt.

Jaarboek 22 telt in totaal 288 pagina’s en heel veel illustraties. Evenals bij het publiceren van de bewoningsgeschiedenis van het Moleneind en de Heul is er ook van de route over het Gors een videofilm vervaardigd.

Jaarboek 21, 2005. Een eeuw St. Caecilia. Een muziekvereniging in het hart van de Hoevense samenleving (1905-2005)

2005

 

Dit jaarboek is ontstaan uit een verzoek van het bestuur van St. Caecilia om ter gelegenheid van haar 100-jarig bestaan de geschiedenis van de muziekvereniging te onderzoeken en te beschrijven. Meestal wordt zoiets dan gegoten in de vorm van een jubileumboek, vol nostalgie, sappige verhalen, toppers in de behaalde resultaten, staten met leden en bestuursleden. In zo’n boek wordt de historie van een vereniging van binnenuit beschreven. De redactie wilde echter meer. Zij wilde ook onderzoek doen naar de wijze waarop een vereniging, in dit geval een muziekvereniging, gefunctioneerd heeft binnen een dorpsgemeenschap als de Hoevense. En daarom is dit jaarboek geen jubileumboek in strikte zin.

Aldus hebben we ons de vraag gesteld: hoe heeft de muziekvereniging St. Caecilia zich gedurende 100 jaar ontwikkeld en wat is haar plaats en functie geweest in de Hoevense samenleving? Een samenleving die gedurende die periode een steeds opener karakter is gaan vertonen. Die tendens zou ook terug te vinden moeten zijn in de ontwikkeling van een muziekgezelschap als St. Caecilia. En dat betekent, dat dit jaarboek op de eerste plaats een heemkundeboek is geworden. Daarom werd gekozen voor de titel Een eeuw St. Caecilia. Een muziekvereniging in het hart van de Hoevense samenleving (1905-2005).

De opbouw van deze uitgave bestaat uit het ‘voorwerk’, vier hoofdstukken en een slotbeschouwing. Het voorwerk bevat informatie over St. Cecilia, de patroonheilige, en over de gebruikelijke instrumenten van een fanfare. De verdeling in hoofdstukken is deels chronologisch, deels thematisch. De scheiding tussen de eerste twee hoofdstukken wordt gevormd door de Tweede Wereldoorlog, waarin de fanfare zweeg. Het tweede hoofdstuk wordt begrensd door het jaar 1979, waarin de status van het muziekgezelschap veranderde van een stichting in een vereniging. Eén onderwerp is apart verwerkt in het derde hoofdstuk. Dat is het Actiecomité. In tijd overlapt deze beschrijving die van het tweede en vierde hoofdstuk. De rol die deze groep mensen gespeeld heeft voor de financiële ondersteuning van St. Caecilia en de activiteiten die zij, soms in samenwerking met anderen, georganiseerd heeft voor de Hoevense gemeenschap, verdienen een aparte behandeling. Daarin komen ook zaken aan bod die slechts indirect te maken hebben met de muziekvereniging. De laatste 25 jaar worden betrekkelijk summier beschreven in hoofdstuk 4. De slotbeschouwing bevat een poging om in de geschiedenis van 100 jaar St. Caecilia enkele tendensen te ontdekken. Jaarboek 21 heeft 264 pagina’s.

 

Jaarboek 20, 2004. Van zicht naar combine. Facetten van de Hoevense landbouwgeschiedenis

2004

Zo maar wat namen: Boomaerts, Braspenning, Lauwerijssen, Rombouts, De Rond, Vermunt, Wijnen, Withagen. Hoevense achternamen. Wat hebben ze gemeen? Elke rasechte Hoevenaar zal zeggen: dat zijn boeren. En dat klopt. Dit zijn zo maar wat namen die voorkomen in het twintigste jaarboek. Een boek van meer dan 330 pagina’s, dat als titel heeft meegekregen: Van zicht naar combine. Facetten van de Hoevense landbouwgeschiedenis.

Een groot deel van het boek wordt ingenomen door een uitgebreid artikel van Oudenbosschenaar Cees Wijnen, voormalig medewerker van het Landbouwkundig Economisch Instituut (LEI). Als deskundige heeft hij een gedegen beschrijving gegeven van twee eeuwen Hoevense landbouw, gezien tegen de achtergrond van landelijke en regionale ontwikkelingen. Dit artikel met de titel De Hoevense landbouw gedurende de laatste twee eeuwen is meer te zien als een algemeen kader; de meer specifieke Hoevense accenten worden gelegd in de bijdragen die daarna volgen.

Dezelfde Cees Wijnen schreef vervolgens over de in 1962 opgerichte Hoevense Groenteteeltstudieclub. Daarin komt tot uiting hoe Hoevense tuinders elkaar stimuleerden om hun tuinbouwproductie te verbeteren.

Er zullen niet veel mensen meer zijn, die weten dat Cees Vergouwen, een uit Hoeven afkomstige land- en tuinbouwonderwijzer, op het eind van de jaren dertig agrarische praatjes hield voor de KRO-radio, maar ook dat deze man van 1927 tot en met 1933 zeer intensief bezig is geweest de Hoevense landbouw op een hoger plan te brengen. Cees van Caulil schreef over hem onder de titel Cees Vergouwen, land- en tuinbouwonderwijzer.

Daarna volgen twee meer genealogisch getinte artikelen over Hoevense boerenfamilies. Piet Lauwerijssen gaat uitgebreid in op De familie Lauwerijssen: boeren en besturen. Hij onderscheidt een aantal takken, waarvan op- en neergang beschreven worden. De andere bijdrage is van Rieni Voermans en Jos Wijnen over De familie Wijnen: van alle markten thuis. Het verhaal bestaat uit twee delen. In het eerste komt de genealogie van de familie Wijnen aan bod. In het tweede deel spelen de herinneringen van Jos Wijnen de hoofdrol.

Herinneringen vormen de leidraad van het laatste deel van dit lijvige Jaarboek 20. Lya van Overveld-Oomen beschreef haar jeugd als Boerendochter op ‘Brouw’. Jos Vermunt heeft zijn herinneringen aan de familie Rommens als Een boerenfamilie van ‘d’Heul’ beschreven. Het is een mooie schets van deze drie broers geworden. Daarna is het de beurt aan Piet Reijnders om als Een middenstandsjongen tussen boeren te vertellen over zijn jeugd in de jaren dertig.

Het boek wordt besloten met een serie interviews onder de titel In gesprek met …. Acht vraaggesprekken vormen de basis van even zovele schetsen van mensen die op enigerlei wijze betrokken waren en zijn bij de Hoevense landbouw. Die personen komen alfabetisch gerangschikt aan bod. Wim van Aart, de biologische tuinder van de Heul is daarom de eerste, hoewel zijn bedrijf behoort tot een moderne ontwikkeling in de tuinbouwbranche. Daarna volgt Kees Boomaerts over de modernisering van de melkveehouderij. Beschreven wordt hoe het bedrijf van Boomaerts zich ontwikkelde, aanvankelijk op de Heul en later in de Hoevense Beemden. Een heel ander aspect van de Hoevense landbouw wordt belicht in De familie Braspenning over de pootaardappelteelt. Ook deze agrariërs, wonende op Balrouw, zijn met hun tijd meegegaan. Heel anders is het verhaal van Frans Gijzen, de smid en zijn bijdrage aan de Hoevense landbouw. Dat geldt ook voor het verhaal dat Jan Jansen over de glastuinbouw vertelt. Zijn bedrijf en dat van zijn zonen aan de Oude Antwerpsepostbaan laat zien, dat door gedurfd ondernemerschap en hard werken een flink onderneming kan groeien. De drie laatste bijdragen hebben vooral betrekking op de Hoevense Beemden en de St. Maartenspolder. De familie Rombouts, beter: de gebroeders Rombouts, zijn alle acht op enigerlei wijze bij de landbouw betrokken geweest of zijn dat nog. Onlangs hadden ze nog een reünie, waarbij ze lieten zien nog prima met een ploeg te kunnen omgaan. De broers Kees en Tinus de Rond vertellen over hun boerenbedrijf aan de Langeweg. En het boek eindigt met De familie Withagen uit de St. Maartenspolder, waarin ook de emigratie van boeren naar Frankrijk aan de orde komt.

Jaarboek 20 telt 337 bladzijden. In het weekend (zaterdag 17 en zondag 18 juni) volgend op de presentatie was er een gecombineerde expositie in het heemhuis, op het Raadhuisplein en op de binnenplaats achter het heemhuis. De buitententoonstelling bestond hoofdzakelijk uit landbouwwerktuigen, terwijl in het heemhuis zelf onder meer een expositie van foto’s en van de geschiedenis van de NCB te bewonderen viel.

Jaarboek 19, 2003. Wonen op de Heul, Twee eeuwen gemeentebestuur Hoeven (deel 4: 1914-1919) en Hoeven hield het vrijwel droog.

2003

Jaarboek 19 bevat drie afzonderlijke bijdragen. In Huizen op de Heul, van de hand van Cees van Caulil, Paul Bakkers en Lia Uitdehaag-de Rooy, worden Twee eeuwen bewoners en huiseigenaren op de Hoevense en Ettense Heul beschreven. Zoals in Jaarboek 16 het Moleneind aan bod is geweest, zo wordt in dit uitgebreide artikel stilgestaan bij hoofdzakelijk de bewoners van huizen op de Heul. Het accent ligt op de bewoning van de laatste twee eeuwen, maar van enkele woonlocaties was ook de oudere geschiedenis bekend en die is meegenomen. Ook op de Heul is een route uitgezet, die begint bij het adres De Heul 2, loopt via de Hermansstraat, het voorste gedeelte van de Oude Bredasepostbaan tot aan de Rijksweg. Vervolgens de weg terug via de ‘Ettense’ kant van de Heul. De route eindigt bij Sprangweg 50. Naast de huizen wordt in dit artikel ook aandacht besteed aan de molen De Toekomst en aan de eeuwenlange geschiedenis van de Heul als grensstraat. In een afzonderlijke bijdrage gaat Marius Broos gedetailleerd en deskundig in op de geschiedenis van De spoorweghalte Hoeven. Broos is specialist op het gebied van de spoorweggeschiedenis van West-Brabant en de redactie is dan ook blij, dat hij dit deel van de Heul voor zijn rekening wilde nemen. Hij beschrijft niet alleen de geschiedenis van de spoorweghalte, maar ook van de mensen die daar werkten en hun gezinnen.

Rieni Voermans vervolgt zijn artikelenserie Twee eeuwen gemeentebestuur Hoeven (1813-1996) met Deel 4: Kiezen en delen (1914-1919). Daarin staat de Eerste Wereldoorlog centraal, in die zin dat de auteur het functioneren van het gemeentebestuur tijdens die moeilijke periode deskundig en gedetailleerd heeft beschreven. Vooral opmerkelijk is de voorzichtige partijvorming die in deze periode in de Hoevense raad optreedt.

Jaarboek 19 eindigt met een terugblik op de watersnoodramp van 1953. Frans Withagen heeft in zijn artikel geconstateerd: Hoeven hield het vrijwel droog. Dat hield in dat De gevolgen van de watersnoodramp van 1953 voor Hoeven best wel meevielen. Dat gold niet voor de inwoners van andere plaatsen in West-Brabant, zoals Fijnaart, Heiningen, Langeweg, Zevenbergen en Klundert. Zij moesten, vaak met hun vee, vluchten voor het water. Een aantal van hen vond een welkom onderdak in Hoeven en Bosschenhoofd. Erger waren de evacués uit Oude-Tonge en Achthuizen eraan toe. Vaak hadden ze door de overstroming familieleden verloren en waren ze have en goed kwijtgeraakt. Nog vol van die tragische ervaringen werden ze in Bosschenhoofd en Hoeven ondergebracht. Frans Withagen heeft dan ook de hartverscheurende verhalen van deze mensen in zijn bijdrage opgenomen.

Jaarboek 19 bevat dan ook 308 pagina’s. Tevens werd een videofilm gemaakt van de woningen op de Heul.

Jaarboek 18, 2002. Honderd jaren nieuws vergaren. Nieuwtjes en wetenswaardigheden uit Hoeven en Bosschenhoofd in de twintigste eeuw. Periode 1950-1999

2002

Zoals bij Jaarboek 17 is vermeld, vormt Jaarboek 18 het tweelingbroertje of –zusje ervan. Daarom verwijzen we voor de toelichting naar Jaarboek 17. Jaarboek 18 gaat over de jaren 1950-1999 en bevat dus meer actuelere onderwerpen dan Jaarboek 17. De historie was soms eigenlijk nog niet rijp om beschreven te worden, waardoor niet altijd de nodige diepgang is bereikt. Dat heeft ook te maken met het feit, dat de voornaamste bronnen de kranten en lokale blaadjes zijn geweest. Soms waren het alleen maar iemands eigen herinneringen. Andere archiefbronnen zijn vaak niet geraadpleegd. Ook zijn de ontwikkelingen, die na 1999 zijn doorgegaan, niet meer opgenomen. In sommige gevallen heeft dat geleid tot een niet altijd bevredigend slot. Jaarboek 18 heeft 280 pagina’s.

We volstaan hier verder met een overzicht van de verschillende bijdragen met – waar nodig – toelichting.

 

INHOUD

 NEDERLAND HERRIJST (1950-1959)

1950          De tweede helft [algemene informatie over de gemeente Hoeven en de werkgelegenheid

1951          De Katholieke Bond van Ouderen

1952          Kerk en pastorie hersteld

1953          Woningnood en woningbouw

1954          Een sociaal onderzoek [rapport over het gemeenschapsleven in Hoeven]

1955          Veilig op weg [autozegening]

1956          Bosbad Hoeven

1957          De KAJ

1958          De firma Gijzen

1959          De Eerwaarde Zusters verlaten Hoeven

GEDROOMDE VRIJHEID (1960-1969)

1960          Hobbyclubs

1961          Hoevens carnaval

1962          Kees van Unen

1963          Een monument verdwijnt [afbraak van het Hooghuis]

1964          Geduld Vangt Vis

1965          Homité [activiteiten van de plaatselijke middenstand]

1966          Het Jongerenkoor

1967          De boerderij met de muurankers [de oude boerderij aan de Goudbloemsedijk]

1968          De Instuif

1969          Vreemdelingenangst [rel rond buitenlandse gastarbeiders op Bovendonk]

 ALS NIJVERE BIJTJES (1970-1979)

1970           Homiko

1971          De Joegoslavische meisjes

1972          De Bosbad Fietsvierdaagse

1973          Kruispunt Maple Farm

1974          ‘Doevese’ bouwers bouwen beter [karnavalsoptochten]

1975          Peuterspeelzalen

1976          St. Stanislaus [van noviciaatshuis tot hotel De Reiskoffer]

1977          De Jeugd Toer Club Hoeven

1978          Bijenteelt in Hoeven

1979          DEVO

 IN 700 JAAR NAAR 8000 PLUS (1980-1989)

1980          De opstanding van Bovendonk

1981          De ruilverkaveling in de Hoevense Beemden

1982          Hoeven 700

1983          Het gedenkboek

1984          Gerard van Slobbehuis

1985          Een gemeentesecretaris voor Hoeven

1986          HOBO-buurtenzeskamp

1987          Tom is de achtduizendste [inwoner van Hoeven]

1988          Rabobankfestiviteiten

1989          Henk van den Berg en zijn verzonken herinneringen

LEVE DE HONDERD HOEVEN! (1990-1999)

1990          Broeder William Verdonk

1991          De Polderloop

1992          Van windwatermolen tot café-restaurant

1993          ‘Doeves’ en ‘Doeve’ doen het goed op de Bonte Avond

1994          De Sterrenwacht

1995          Nóg een Sint! [de viering van Sint Maarten]

1996          Jeugdwerk in Hoeven

1997          Van HO-EVEN naar Halderberge

1998          Mariaschool onder de lommer van linden

1999          De Honderd Hoeven

Jaarboek 17, 2001. Honderd jaren nieuws vergaren. Nieuwtjes en wetenswaardigheden uit Hoeven en Bosschenhoofd in de twintigste eeuw. Periode 1900-1949

2001

Tussen het verschijnen van Jaarboek 16 en dit Jaarboek 17 is onze vereniging getroffen door het overlijden van twee actieve leden. Enkele maanden na de presentatie van Jaarboek 16 moesten we afscheid nemen van redactielid Wil van Oosterhout. Nog geen half jaar later stierf bestuurslid Frans Marijnissen. Beiden worden in een In memo­riam aan het begin van dit jaarboek her­dacht.

Jaarboek 17 is ook in een ander opzicht een ongewone uitgave. Het is namelijk het eerste deel. Deel twee wordt Jaarboek 18, dat volgend jaar zal verschijnen. Zoals de titel al aan­geeft, hebben we geprobeerd om honderd jaren nieuws en wetens­waardig­heden uit de twintigste eeuw over Hoeven en Bosschen­hoofd te beschrijven. Dat bleek zoveel materiaal op te leveren, dat dit moeilijk in één jaarboek uit te geven was. Daarom pre­senteren wij de eerste vijftig jaren (1900-1949) nu en volgend jaar de andere (1950-1999).

Uit deze eerste periode waren uiteraard niet zoveel foto’s voorhanden. Gelukkig konden we weer een beroep doen op de te­kentalenten van Adrie van der Logt en Mario Manniën. Daarnaast zijn we blij, dat Peter Nelemans ons een aantal oude foto’s uit zijn collectie ter beschikking heeft willen stellen, waarvoor onze dank.

Bij de eerste opzet voor deze Jaarboeken 17 en 18 is Wil van Oosterhout als redactielid nog betrokken geweest. Helaas mocht hij het resultaat niet meer zien. Daarom dragen we Jaarboek 17 en 18 op aan de nagedachtenis van Wil van Oosterhout.

INHOUD:

1900    Snel van start                                                              CvC/SvN

1901    Verplaatsing Station Seppe                                       RV

1902    Verharding van de Heul                                            RV

1903    Het Kruisverbond                                                       SvN

1904    Gouden bruiloften                                                       PB/CvC

1905    St. Caecilia                                                                     SvN

1906    De Wildert                                                                     SvN

1907    Criminaliteit                                                                  CvC

1908    Een Hoevense kermis                                                  CvC

1909    De Marechaussee in Hoeven                                      SvN

1910    Milieuverontreiniging                                                  RV

1911    Door onderwijs krap bij kas                                         RV

1912    Het Retraitehuis                                                             SvN

1913    Het Onafhankelijkheidsfeest                                       CvC/SvN

1914    Belgische vluchtelingen in Hoeven                            SvN

1915    Het eerste vliegtuig te Hoeven?                                      RV

1916    Kalverenvrouwke                                                               SvN

1917    Het werk stijgt Antonius Kop boven het hoofd            RV

1918    De schrijver A.M. de Jong als soldaat in Hoeven        CvC

1919    De duivensport                                                                    CvC/PL/PR

1920    Droogte, branden en vuurwater                                      CvC

1921    Elektriciteit                                                                           RV

1922    Keuring van vlees en vee                                                    RV

1923    Wilhelmina, 25 jaar vorstin                                               CvC

1924    Nil Heeren, wielrenner                                                       SvN

1925    Goed drinkwater                                                                   RV

1926    Hoenders op Bosschenhoofd                                             SvN

1927    De Hoevense schutters                                                        SvN

1928    Ontwatering Hoevense Beemden                                      SvN

1929    FCO                                                                                          SvN

1930    Een mislukte noodlanding                                                  RV

1931    Wat blijven moest, verdween                                              SvN

1932    Gas                                                                                            RV

1933    De rooie hei                                                                            SvN

1934    Aanleg van de Halderbergselaan                                        RV

1935    Diepboorbedrijf Visser-Anthonissen                                 CvC

1936    Bernardus van Meer, burgemeester                                  SvN

1937    IJsclub Halderberge                                                              PB

1938    Een cantate aan de vooravond van een wereldbrand    SvN

1939    Toneel                                 CvC

1940    Voetballen in Hoeven                   MM

1941    Vijftig jaar ‘Peijs’ en vree           JvdR

1942    De Katholieke Actie                    SvN

1943    Een sleutelfiguur in de gemeenschap    CvC

1944    De bevrijding                          SvN

1945    Feestend naar een nieuw conflict       SvN

1946    Een middeleeuws monument verdwijnt     JvdR

1947    Het Katholiek Thuisfront               PB

1948    ‘Campie’, een luchtvaartpionier        SvN

1949    Het bevrijdingsmonument                SvN

Extra uitgave, 2001. Voortlevend Verleden

2001 extra uitgave

Op 5 juli 1991 werd door de redactie van het Jaarboek De Ghulden Roos een Bibliografie van  C.A.I.L. van Nispen aangeboden aan Stan van Nispen, die op deze dag 70 jaar werd. DE uitgave bestond uit een beknopte levensschets van de jarige en een bibliografie met zijn publicaties. Inmiddels zijn we tien jaar verder. In deze periode is zijn bibliografie gegroeid met meer dan 60 publicaties. Dat is ruim een derde deel van zijn totale oeuvre. Het afgelopen decennium was dus zeer vruchtbaar. Stan van Nispen werd onlangs 80 jaar. Het leek ons een goede gelegenheid om de in 1991 uitgegeven bibliografie aan te vullen.Zoals die uitgave geheel in stijl van De Ghulden Roos was, zo willen we deze uitgebreide bibliografoe uitbrengen in de vorm en de geest van het Jaarboek De Honderd Hoeven.  Ook deze uitgave begint met een levensschets, waarin heel wat gegevens staan die we ontleend hebben aan de Bibliografie van C.A.I.L. van Nispen uit 1991. Maar daarnaast hebben we andere informatie toegevoegd, dan wel in een ander verband weergegeven. Speciaal is aandach besteed aan datgene wat Stan van Nispen vanaf het midden van de jaren vijftig gedaan heeft voor de geschiedbeoefening in een aantal plaatsen in West-Brabant. Het tweede hoofdstuk wordt gevormd door de bijdragen van enkele goede bekenden, die hun herinneringen aan hun contacten met Stan van Nispen aan het papier hebben toevertrouwd, geschreven in de geest van een ‘liber amicorum’. Het boek wordt afgesloten door de bibliografie van de publicaties van Stan van Nispen, die verschenen zijn voor 5 juli 2001. We hebben daarbij dankbaar gebruik gemaakt van en ons in grote lijnen geconformeerd aan de bibliografie uit 1991. Deze uitgave verschijnt als een wat verlate verjaardagsfelicitatie, zowel van zijn kinderen en kleinkinderen als van de redactie van het Jaarboek De Honderd Hoeven.

Jaarboek 16, 2000. Wonen op het Moleneind en Van pastorie tot heemhuis

2000

In het zestiende jaarboek staat het ‘Meulenend’ centraal. ‘Wonen op het Moleneind. Vier eeuwen woonlocaties bij de Hoevense molen is de bijdrage aan dit jaarboek, die gemaakt is door Cees van Caulil, Lia Uitdehaag-de Rooy, Paul Bakkers, Adrie van der Logt en Jan Manniën.

Meer dan 200 pagina’s zijn gewijd aan die wijk. En niet te vergeten de vele foto’s en andere afbeeldingen uit het recente en verre verleden. Een must voor iedere Hoevenaar, ook al heet die niet Bakkers, Lauwerijssen, Manniën, Oomen, Van Oosterhout of Rijnvos. Het zijn namelijk die namen, en nog vele andere, die veelvuldig voorkomen in een uitvoerige bijdrage over de bewoningsgeschiedenis van het Hoevense Moleneind. Het gaat daarin over bewoners en eigenaren van huizen die stonden en nog steeds staan op het Moleneind en op ‘Brouw’. Het artikel is opgesteld als een ‘Rondje Brouw’: vanaf Moleneindsestraat 2 wordt een dubbele route gemaakt rond de Hoge Balrouw, het gebied dat omsloten wordt door de Moleneindsestraat, de Brede Molenweg, de Eerste Molenweg en Brede Balrouw. De route eindigt bij Moleneindsestraat 1. Alle huidige woningen zijn gefotografeerd en staan bij hun eigen adres. Sommige van die huizen staan op plaatsen, waar 400 jaar geleden ook al panden stonden. Wat bekend is over bewoners en eigenaren van die woningen, wordt uitgebreid beschreven. Voor genealogen een goudmijn; voor de huidige bewoners een goede reden te zien, dat ze een onderdeel zijn van een lange bewoningsgeschiedenis.

Acht van de huidige woningen worden beschreven in een aparte bijdrage van Stan van Nispen, getiteld De Achtzaligheden. Sociale woningbouw op het Moleneind. Zij werden in 1937 werden gebouwd. Ook op de omslag van het boek staan ze vereeuwigd in een pentekening van Adrie van der Logt.

Maar het beginpunt van het Moleneind ligt uiteraard bij de molen, die er al op het einde van de dertiende eeuw werd gebouwd door de monniken van de abdij van St. Bernards uit Antwerpen. Het verhaal over de Hoevense standerdmolen vormt dan ook het eerste artikel van Jaarboek 16: Stan van Nispen schreef De korenmolen op het Hoevense Moleneind. Het is een gedegen en gedetailleerde bijdrage geworden, waarbij alles wat met deze molen te maken heeft gehad, uitgebreid aan bod komt. Veel aandacht is er vooral voor de molenaars en hun werkzaamheden. Tussen de genoemde artikelen door staan twee bijdragen van Hoevenaren die het ‘Meulenend’ van hun jeugd beschrijven. Dat zijn Paul Bakkers (Mijn jeugd op het Moleneind) en Piet Reijnders (Brede Balrouw en Moleneind. Een terugblik). Voor wat oudere (maar ook minder oude) Hoevenaren zal er veel herkenbaars in te vinden zijn. De nostalgie wordt nog versterkt door de illustraties van Adrie van der Logt en Mario Manniën.

Het openen van het nieuwe heemhuis De Pastorij was aanleiding om niet alleen daarbij stil te staan, maar ook om de geschiedenis van het gebouw te beschrijven. Stan van Nispen schreef een geslaagde combinatie van actualiteit en historie onder de titel Van pastorie tot heemhuis.

Jaarboek 16 telt 260 pagina’s.

Jaarboek 15, 1999. Twee eeuwen gemeentebestuur Hoeven (deel 3: 1892-1914), Een bloedschender bestraft, Volkse en roomse gebruiken rond ziekte, overlijden en begrafenis en Oud nieuws uit de St. Janstraat

1999

Jaarboek 15 begint met het derde deel van Twee eeuwen gemeentebestuur Hoeven (1813-1996) getiteld Een raad van zeven en een raad van elf (1892-1914). Auteur Rieni Voermans verlaat hierin steeds meer het pure raadswerk en besteedt meer aandacht aan wat er zich afspeelt in Hoeven, waar de gemeenteraad bij betrokken is. De verharding van de Heul, de komst van de tram, de waterleiding en de elektriciteit, bemoeienissen met veldwachters en vroedvrouwen zijn enkele onderwerpen die aan bod komen.

In zijn verhaal Een bloedschender bestraft beschrijft Stan van Nispen Een incestueuze verhouding uit de zeventiende eeuw te Bosschenhoofd. Een stiefvader bezwangert de dochter van zijn vrouw en wordt daarvoor flink gestraft. De stiefdochter ontspringt de dans. Opnieuw een aflevering uit de criminele geschiedenis van Hoeven.

Met medewerking van Jan Manniën en Lia Uitdehaag-de Rooy heeft Stan van Nispen een uitgebreide bijdrage geschreven over Volkse en roomse gebruiken rond ziekte, overlijden en begrafenis in Hoeven en Bosschenhoofd. Allerlei inmiddels verdwenen tradities en rituelen passeren de revue. Heel wat lezers zullen zich er nog flink wat van herinneren. Dit artikel sluit aan bij de landelijk toegenomen aandacht voor de volkscultuur.

Dit in 1999 verschenen jaarboek eindigt met een uitgebreid verslag van een archeologische ontdekkingstocht op twee locaties in de St. Janstraat in de zomer van 1998. Mevrouw drs J.M. Visser vertelt als projectleidster van die opgravingen over datgene wat er gevonden is en wat de betekenis ervan is voor de Hoevense geschiedenis in Oud nieuws uit de St. Janstraat. De archeologische waarnemingen aan de St. Janstraat te Hoeven door de afdeling West-Brabant van de Archeologische Werkgemeenschap voor Nederland. Aan die opgravingen heeft de heemkundekring De Honderd Hoeven een behoorlijke bijdrage geleverd. Het is een verfrissend verslag van een speurtocht naar oude relicten met mogelijk voor de Hoevense geschiedenis een unieke ontdekking.

In dit jaarboek staan weer passende illustraties van Mario Manniën.

Extra uitgave, 1998. Halderberge Oud en Nu

1998 extra uitgave

In de procedure van de naamgeving van de nieuwe gemeente, die per 1 januari 1997 is ontstaan uit de gemeenten Hoeven, Oudenbosch en Oud en Nieuw Gastel, kregen de vier heemkundekringen uit deze gemeenten de gelegenheid om bij eenstemmigheid een naam voor te dragen. Dat werd Halderberge, een naam die historisch onderbouwd is, want op 6 december 1298 werd het Goed van Halderberge een teit. Deze bestuurlijke eenheid omvatte (delen van) de latere gemeenten Hoeven, Oudenbosch en Cud en Nieuw Gastel.

Na de aanvaarding van deze naam voor de nieuwe gemeente werd al direct door enkelen opgemerkt, dat in 1998 dus het 700-jarig bestaan van de bestuurlijke aanduiding Halderberge gevierd kon worden. Dat teit is voor de vier heemkundekringen uit de gemeente Halderberge aanleiding geweest om opnieuw gezamenlijk naar buiten te treden. Op initiatief van Wil van Oosterhout besloten de heemkundekringen Br. Christofoor; De Honderd Hoeven, Het Land van Gastel en Stampersgat dit teit te gedenken met een speciale uitgave.

Het uitgangspunt was het beschrijven en in beeld vastleggen van zomaar wat landschappelijke elementen uit onze gezamenlijke geschiedenis. Immers, de basis voor het ontstaan van het Goed van Halderberge was het streven naar grootgrondbezit. Daarnaast werd de afspraak gemaakt om enkele markante gebouwen aan bod te laten komen. Een enkele heemkundekring heeft dit laatste evenwel wat al te ruimhartig opgevat. Vervolgens ging elke heemkundekring in haar eigen gelederen op loek naar mensen die een of meerdere bijdragen louden kunnen en willen leveren. Bij die bijdragen louden recente foto’s gemaakt worden. Aldus werd door elke heemkundekring een aantal teksten aangeleverd met een uiteenlopende inhoud en sterk verschillend in lengte en stijl. Daarna ging een redactie aan het werk om uit het aangeleverde materiaal een samenhangend geheel te maken. Zo ontstonden tien hoofdstukken, elk gegroepeerd rond een eigen thema. In principe bevat elk hoofdstuk bijdragen van verschillende heemkundekringen, hoewel dit streven niet volledig gerealiseerd kon worden.

Wat in deze uitgave aan bod komt, is slechts een klein deel van de historie van Halderberge, volledigheid is niet nagestreefd. De meeste intormatie is gebaseerd op bestaande literatuur. Daarom kan de geïnteresseerde lezer meer over het onderwerp vernemen via de literatuurlijst achterin deze uitgave. Onder de meeste bijdragen wordt met LIT naar die lijst verwezen.

Bijna alle foto’s lijn van recente datum en zijn speciaal gemaakt voor de verschillende teksten. Voor de herkenbaarheid is tevens een plattegrond van de gemeente Halderberge toegevoegd. Waar nodig wordt in de tekst met cijfers verwezen naar die plattegrond.

De gezamenlijke heemkundekringen uit de gemeente Halderberge hopen met dit initiatief even stil te staan bij ons gemeenschappelijke verleden. We hopen ook dat het niet de laatste keer zal zijn, dat een dergelijke samenwerking heeft plaatsgevonden.

 

Jaarboek 14, 1998. Van de A-B weg naar de Zandstraat. Een overzicht van de straatnamen in Hoeven en Bosschenhoofd, 'Ik zen van Doeve'. Piet Reijnders vertelt over zijn vooroorlogse jeugd in Hoeven, Een Hoevense vechtersbaas een kopje kleiner gemaakt. Jan Sijmonse Vaarmaat in 1722 in Hoeven onthoofd, De Kluizenaar van Halderberghe. Een authentiek Hoevens toneelspel tegen het historisch licht gehouden en Twee eeeuwen gemeentebestuur Hoeven (deel 2: 1855-1892)

1998

Jaarboek 14 bevat opnieuw een gevarieerd aanbod van historische bijdragen. Het eerste artikel – Van de A-B weg naar de Zandstraat. Een overzicht van de straatnamen in Hoeven en Bosschenhoofd – van de hand van Stan van Nispen is van belang voor elke inwoner van Hoeven en Bosschenhoofd. Het bevat een becommentarieerd en alfabetisch geordend overzicht van alle straatnamen, die in de voormalige gemeente Hoeven tot en met 31 december 1996 officieel in gebruik waren. Elke straatnaam wordt toegelicht, waarbij gekeken is naar de keuze van de naam, gezocht is naar een eventuele uitleg ervan en relevante informatie vermeld wordt.

‘Ik zèn van Doeve’. Piet Reijnders vertelt over zijn vooroorlogse jeugd in Hoeven. Het is een voor dit jaarboek bewerkte versie van het zeer gewaardeerde praatje dat hij hield bij de presentatie van Jaarboek 13. Hoevenaren van boven de zestig zullen er veel in herkennen.

We kunnen ons eigenlijk niet voorstellen, dat in de achttiende eeuw in Hoeven letterlijk een Hoevense vechtersbaas een kopje kleiner gemaakt werd. Jan Sijmonse Vaarmaat uit de Kapelstraat echter viel in 1722 die twijfelachtige eer te beurt, nadat hij in Oudenbosch iemand vermoord had. Met het zwaard werd hij op de Hoevense markt geëxecuteerd. De auteur Stan van Nispen heeft een uitgebreid onderzoek van deze rechtszaak afgesloten in een gedetailleerd verhaal onder de titel Een Hoevense vechtersbaas een kopje kleiner gemaakt. Jan Sijmonse Vaarmaat in 1722 in Hoeven onthoofd.

Frans Schrauwen schreef vermoedelijk meer dan zestig jaar geleden het historische drama De kluizenaar van Halderberghe. Daarin is hij teruggegaan naar het Hoeven van 1649, het jaar waarin de gevolgen van de Vrede van Münster (1648)hier in Brabant voelbaar werden. Cees van Caulil is onder titel De Kluizenaar van Halderberghe. Een authentiek Hoevens toneelspel tegen het historisch licht gehouden nagegaan in hoeverre Schrauwen fictie en historische werkelijkheid met elkaar in verband heeft gebracht. Daarbij wordt het gehele verhaal naverteld, zonder dat het plot verklapt wordt.

Jaarboek 14 wordt besloten met de tweede aflevering van de serie over de Hoevense gemeenteraad (1813-1996). Hierin behandelt Rieni Voermans de periode 1851-1892, waarin Het politieke spel gaat beginnen. Hij laat zien hoe de gemeenteraad in de vorige eeuw geleidelijk aan democratisch gekozen werd en functioneerde. Daarbij ontstond ook een zekere partijpolitiek. Verder komt in deze bijdrage vooral de persoon van burgemeester Cornelis Broekhoven, die tevens gemeentesecretaris en raadslid was, voor het voetlicht.

Ook voor dit jaarboek is dankbaar gebruik gemaakt van de toepasselijke tekeningen die Mario Manniën heeft gemaakt voor die bijdragen, waar weinig ander beeldmateriaal voor beschikbaar was. De eigentijdse foto’s bij het beginartikel over de straatnamen zijn van de hand van Adrie van der Logt, Mario Manniën en Wil van Oosterhout. Daarnaast mochten we gebruik maken van foto’s die Bea en Dick Hoeks uit Breda hadden gemaakt ten behoeve van Jaarboek 12.

Jaarboek 13, 1997. De buurtschap De Spie, Dure 'vleeschelijke conversaties', Een luchtgevecht uit 1940, Een luis in de pels, De dorpspomp in Hoeven en Twee eeuwen gemeentebestuur Hoeven (deel1: 1813-1851).

1997

Het eerste artikel – van de hand van Stan van Nispen en Jan Manniën – heeft als titel De buurtschap De Spie. Nel Buijs over De spie in vroeger tijden. De basis voor deze bijdrage vormden de aantekeningen en interviews van wijlen mevrouw Nel Buijs-van Rijsbergen over De Spie en De Haspel. Nel was bestuurslid van onze kring en een actief heemkundige, een vrouw die ons veel te vroeg is ontvallen. Deze bijdrage mag gezien worden als een hommage aan haar en haar geliefde buurtschap.

De Hoevense boerenzoon Wijnand van de Riet wist in het midden van de achttiende eeuw een viertal dienstmeiden te verleiden tot ‘vleeschelijke conversatie’. Een dito aantal zwanger- en vaderschappen waren het gevolg. In alle gevallen hadden de moeders in barensnood hem als vader aangewezen. Wijnand en zijn familie weigerden echter elke betaling van alimentatie. De juridische procedures die daaruit voortvloeiden zijn haarfijn door Stan van Nispen en Jan Manniën uit de doeken gedaan in de bijdrage Dure ‘vleeschelijke conversaties’. Boer Wijnand van de Riet en zijn dienstmaagden.

In Jaarboek 8 werd beschreven, hoe op 13 mei 1940 op de grens Hoeven en Etten-Leur een luchtgevecht plaats vond tussen een Franse en enkele Duitse jagers. Een flink deel van die informatie was aangeleverd door Piet Reijnders. Na de publicatie was echter voor Piet het verhaal nog niet af, want hij ging op zoek naar de familie van de Franse en Duitse piloten, die bij het luchtgevecht omkwamen. Dat leverde boeiende contacten en nieuwe informatie op. Die door Piet Reijnders verzamelde gegevens zijn door Cees van Caulil verwerkt in Een luchtgevecht uit 1940. Piet Reijnders nog steeds op zoek naar piloten en hun familie.

Het vierde artikel, op naam van dezelfde auteur, heeft het reilen en zeilen van de achttiende-eeuwse meier Frans van Wullen tot onderwerp. Een meier verenigde in zich de functies van wat we nu zouden noemen gerechtsbode, deurwaarder en veilingmeester. Ambtenaar Van Wullen was echter geen gemakkelijk man. Vandaar de titel Een luis in de pels. Frans van Wullen, meier van Hoeven (1720-1748). Gedurende haast zijn gehele meierschap lag hij met zijn superieuren, geldschieters, geloofsgenoten en andere inwoners in de clinch. Dat leidde tot veel civiele rechtszaken, die hem uiteindelijk bankroet maakten. Naar aanleiding van de reconstructie van de St. Janstraat in 1994 diende de Keienpomp ter hoogte van de Bovenstraat te worden verplaatst. Dit was voor de redactie voldoende aanleiding om oud-streekarchivaris drs. C.Th. Lohmann te vragen zijn artikel, dat eerder is gepubliceerd in het jaarboek van De Ghulden Roos, aangevuld met de meest recente informatie opnieuw uit te brengen. Dat de  Keienpomp – een van de weinige historische monumenten in het dorp – de kosten van het behouden waard is, mag uit deze herziene bijdrage blijken, die als titel draagt De dorpspomp in Hoeven.  Het slotartikel van dit jaarboek is het eerste deel van een serie bijdragen onder de titel Twee eeuwen gemeentebestuur Hoeven (1813-1996). Het is de bedoeling, dat die in de komende jaarboeken gaan verschijnen. Het opheffen van de gemeente Hoeven per 1 januari 1997 is voor Rieni Voermans aanleiding geweest de geschiedenis ervan te bekijken vanuit het perspectief van het gemeentebestuur. Het bestuurlijk functioneren van burgemeesters, wethouders en raadsleden gedurende die periode is zijn oogmerk, hoewel hij ook aandacht besteedt aan de ambtelijke ondersteuning. In deze eerste aflevering komt de periode 1813 (ontstaan van de gemeente) tot 1851 (de gemeentewet) aan bod. Veel namen van Hoevense notabelen passeren de revue zoals leden uit de families Van Aart, Buijs, Van Campenhout, Van Eekelen, Lauwerijssen en Van de Riet. De titel van deel 1 van deze serie is Een benoemde gemeenteraad (1813-1851).

Het boek bevat bijzondere illustraties van de hand van Mario Manniën. Ook de omslagillustratie is van zijn hand. Jaarboek 13 telt 185 pagina’

Leve Hoeven! Tweehonderd jaar Hoeven en Bosschenhoofd 1796-1996.

1996

Jaarboek 12 wordt door een aantal mensen binnen de heemkundekring De Honderd Hoeven beschouwd als ‘het lelijke eendje’ in onze serie. Dat geldt niet alleen voor de afwijkende omslag, maar ook voor de wijze waarop in dit jaarboek omgegaan is met illustraties. Een toelichting.

Toen eenmaal besloten was dat de gemeente Hoeven per 1 januari 1997 zou opgaan in de gemeente Halderberge, werden plannen gemaakt om ter gelegenheid hiervan een uitgave het licht te doen zien, waarin de geschiedenis van Hoeven en Bosschenhoofd het thema zou vormen. De opdracht werd door het gemeentebestuur verstrekt aan wijlen de streekarchivaris van De Markkant Frank Hulst. Die zocht contact met de redactie van het jaarboek van De Honderd Hoeven om te kijken of samenwerking mogelijk was. Die redactie had er wel oren naar, omdat bij haar al langer de wens leefde, dat het jaar waarin een jaarboek verschijnt ook parallel zou lopen met het jaar van uitgave. Omdat Jaarboek 2 als jaar van uitgave 1986 had gekregen, maar pas een jaar later werd gepresenteerd, was dat ook gebeurd met de volgende jaarboeken. De redactie wilde nu door het uitgeven van twee jaarboeken in een jaar die achterstand inhalen. Jaarboek 11 (1995) verscheen in 1996 en medewerking aan de gemeentelijke uitgave betekende dat die als Jaarboek 12 in 1996 zou verschijnen. Helaas is dat weinig opvallend achteraan in het colofon vermeld. Dat is dan ook een van de redenen, waarom deze uitgave aanvankelijk niet opgemerkt is als Jaarboek 12.

De samenwerking van het Streekarchief betekende wel, dat vormgeving volledig in handen kwam van de streekarchivaris. Die koos voor een ‘gemarmerde’ omslag en een ringband als bindmiddel. Voor de illustraties werd een keuze gemaakt uit de bekende achttiende-eeuwse pentekeningen van Johan Louis Gerlagh. Daarnaast maakte de fotografe Bea Hoeks foto’s van Hoeven en Bosschenhoofd en inwoners. Helaas zijn de unieke, waardevolle prenten van Gerlagh op een zodanige wijze weergegeven, dat het lijkt alsof een kind de illustraties verknipt heeft. Omdat de redactie van het jaarboek van De Honderd Hoeven geen bemoeienis heeft gehad met de vormgeving, was het voor haar een pijnlijke verrassing om bij de presentatie te moeten constateren, dat de waardevolle Gerlaghprenten zo verknipt zijn weergegeven.

De teksten evenwel werden geschreven door de redactie van het jaarboek van De Honderd Hoeven. Daarom is het ook niet juist, dat de redactie alleen in handen gelegen zou hebben van streekarchivaris Frank Hulst, zoals het colofon vermeldt.

C.A.I.L. van Nispen schreef onder de titel Zo vader, zo zoon over vader Johan Louis en Hendrik Willem Gerlagh die op het eind van de achttiende en het begin van de negentiende eeuw van groot belang zijn geweest voor de Hoevense geschiedenis. Vader was schout van Hoeven, maar is vooral bekend geworden om zijn prachtige pentekeningen van het Hoeven uit de achttiende eeuw, die een unieke collectie vormen. De zoon was lange tijd burgemeester van Hoeven.

C.M.M. van Caulil schreef Het aanzien waard. Een rondgang door Hoeven aan de hand van de prenten van Johan Louis Gerlagh. Er wordt zo’n 200 jaar teruggekeken, naar hoe Hoeven er toen uitgezien kan hebben, met name de woningen.

Onder de titel Bosschenhoofd. Geschiedenis van een jong dorp schetste M.A.M. Voermans het ontstaan van Bosschenhoofd en de verdere ontwikkeling van het dorp.

Deze gezamenlijke uitgave van de heemkundekring De Honderd Hoeven en het Streekarchief De Markkant uit Zevenbergen onder de titel Leve Hoeven!

Korte metten. De Hoevense criminele rechtspraak in de zeventiende en achtiende eeuw nader bekeken

1995

De titel van het boek is: Korte metten. De Hoevense criminele rechtspraak in de zeventiende en achttiende eeuw nader bekeken. In het boek staan rechtszaken uit de zeventiende en achttiende eeuw centraal die gespeeld hebben voor de Hoevense vierschaar of schepenbank, zoals de rechtbank toen genoemd werd. Die was samengesteld uit Hoevense burgers, in goeden doen en met aanzien. Het was dus een vorm van jury-rechtspraak. Het kon wel gebeuren dat iemand over zijn eigen buurman moest oordelen. Maar het waren beslist niet allemaal Hoevenaren die berecht moesten worden. Van de 35 rechtszaken die verzameld zijn, ging het vooral om mensen van buiten Hoeven. Ongeveer de helft van die zaken wordt in het boek beschreven.

Hoewel het aanvankelijk het plan was om alle verzamelde criminele rechtszaken uit de zeventiende en achttiende eeuw in Jaarboek 11 te publiceren, bleek dat niet doenlijk te zijn. Daarom werd een selectie gemaakt, waarbij ondermeer gekeken werd naar de spreiding in de tijd, de herkomst van de dader(s), de soort misdaad en de straffen. Zo wordt er verhaald van een verkrachting, moordaanslag en brandstichting door bewoners van de Heistraat in 1628, heetgebakerde Hoevense boeren uit Bosschenhoofd en het Gors, een dochter die haar moeder probeert te vergiftigen, soldaten uit Breda die in Bosschenhoofd een weduwe en haar zoon in 1740 overvallen, een criminele voorvader van de familie Manniën en een inwoner van het Heike die tot 75 jaar tuchthuisstraf veroordeeld wordt. Er zijn straffen die variëren van verbanning en tuchthuisstraf tot radbraken, ophanging en zelfs verbranding. Dat zal een hoop drukte gegeven hebben op de Hoevense markt (nu kruising St. Janstraat-Bovenstraat bij de keienpomp) waar gewoonlijk de vonnissen in het openbaar voltrokken werden.

Uit de zeventiende en achttiende eeuw zijn er weinig afbeeldingen voorhanden over Hoeven; we kennen alleen de Gerlagh-tekeningen van eind achttiende eeuw. Daarom staan er in dit elfde jaarboek nogal wat algemene illustraties. Heel bijzonder zijn evenwel de tekeningen vervaardigd door Mario Manniën. Daarin worden bepaalde passages uit verschillende verhalen uitgebeeld.

Aan de afzonderlijke bijdragen gaat een inleiding vooraf van de hand van Cees van Caulil, Will van den Eeden, Stan van Nispen en Wil van Oosterhout. Deze is getiteld De vierschaar gespannen. Daarin wordt een beeld geschetst van de Hoevense rechtspraktijk in de zeventiende en achttiende eeuw. Het geheel is een nogal theoretische uiteenzetting, die dient als achtergrondinformatie. Zo worden onderwerpen aangekaart als oorzaken en verschijningsvormen van criminaliteit, wordt het verschil belicht tussen rechtsmacht en rechtskring, komt de inrichting van de Hoevense vierschaar aan bod en de verschillende functionarissen die bij de rechtsgang betrokken waren. De bijdrage laat zien hoe Hoevense burgers, meestal zonder enige juridische achtergrond, moesten oordelen over medeburgers en anderen.

In Heibel in de Heistraat vertellen Will van den Eeden en Rieni Voermans over een wat aparte gemeenschap die in het begin van de zeventiende eeuw (1628) in de omgeving van de Heistraat woonde. De bijdrage bestaat uit twee delen. Het eerste deel, getiteld In de ban door ‘vrouwencracht’, beschrijft een verkrachtingszaak waarbij een meisje dat op het punt staat te trouwen, het slachtoffer is. In deel 2, Moord en brand, wordt de wat ingewikkelde geschiedenis uit de doeken gedaan van een vrouw die haar man uit de weg wil laten ruimen door huurmoordenaars. Het verhaal wordt pas gecompliceerd als de man, uit liefde voor zijn vrouw en uit wraak, de schuur van de drossaard uit Oudenbosch in brand steekt. Hij werd er vreselijk voor gestraft.

Dirk van Ilverenbeek was Een moeilijk heerschap uit Bosschenhoofd. Dat is de titel van een verhaal van Stan van Nispen en Lia Uitdehaag-de Rooy. In zijn drift doodt hij een inwoner van Oudenbosch, een eenvoudig mens. Dat de gegoede boer Van Ilverenbeek uiteindelijk niet veroordeeld werd, kan een geval van klassejustitie zijn geweest.

In Rattenkruit in de ‘peeslaaij’ vertelt Cees van Caulil het trieste verhaal van de zestienjarige schoolmeestersdochter Adriana van Roveen, die in 1720 een poging doet haar moeder te vergiftigen. De rol van een 42-jarige Hoevense smid in dit drama blijft ook na lezing van dit verhaal onduidelijk.

Passantenleed van Cees van Caulil gaat over enkele Vlamingen die in 1737 bij huize Bovendonk en in de Kapelstraat de zaak op stelten zetten. Er was drank in spel. Wellicht daardoor kwamen ze er nog genadig van af.

Dat geldt niet voor de daders van Een brutale roofoverval in Bosschenhoofd in 1740. De bijdrage is van de hand van Cees van Caulil en Will van den Eeden. Daarbij werden een weduwe en haar zoon door een viertal bandieten, drie Bredase militairen en een inwoner van Etten, flink toegetakeld en van hun bezittingen beroofd. In nog geen maand tijd werden de daders opgespoord en berecht; één wist er te ontsnappen.

In Voor diefstal ter dood gebracht doen Jan en Mario Manniën verslag van hun speurtocht naar gemeenschappelijke voorvader die op het criminele pad terecht kwam. Omdat datgene wat hij misdaan had, niet in verhouding lijkt te staan tot zijn (dood)straf, heeft het er alle schijn van, dat Willem Manniën het slachtoffer is geworden van de omstandigheden of van een rechterlijke dwaling. Via intensieve samenwerking met Wil van Oosterhout hebben de Manniëns gezorgd voor een goed leesbaar verhaal. De zwart-wittekeningen die Mario ervoor gemaakt heeft, geven aan deze bijdrage een extra dimensie.

Door overvloedig drankgebruik had boer Hellemons van het Gors in 1766 bochter Biemans, een ambtenaar in functie, ernstig mishandeld. Nadat hij een deel van zijn straf uitgezeten had, keerde hij naar deze streek terug. Over zijn verdere leven blijven evenwel nog vragen bestaan die Stan van Nispen en Lia Uitdehaag-de Rooy in hun bijdrage Boer baddert bochter af niet allemaal kunnen beantwoorden.

Na twee jaar in voorarrest gezeten te hebben en daarna veroordeeld te worden tot 75 jaar tuchthuis, dat overkomt eind 1790 Marijn de Bruijn, een inwoner van het ‘Schooijers Heike’. En Marijn had in Hoeven zelf niks uitgevreten. In dit verhaal laten Cees van Caulil en Will van den Eeden zien, dat de Hoevense schepenbank met De Bruijn een voorbeeld wilde stellen om de toenemende criminaliteit in het Heike de kop in te drukken. Als extraatje wordt dit jaarboek 11 besloten met een ‘Verklarende woordenlijst’. Daarin worden allerlei juridische en andere termen die in de bijdragen voorkomen, verklaard. Met deze laatste bijdrage is het aantal van 200 pagina’s overschreden.

Op de gedachte aan profijt. Historische aspecten van ambachtelijkheid, bankwezen en gezondheidszorg in Hoeven en Bosschenhoofd

1994

Op 6 maart 1995 bestond de heemkundekring De Honderd Hoeven tien jaar. Ter gelegenheid hiervan verscheen een speciaal jubileumjaarboek. Dit tiende jaarboek handelt over de geschiedenis van diverse uitingen van de bedrijvigheid, het bankwezen en de gezondheidszorg in Hoeven en Bosschenhoofd. Daarbij is uitgegaan van de patentregisters uit de negentiende eeuw. Het patent was een plaatselijke belasting die iemand moest betalen die een bepaald beroep wilde uitoefenen. Dergelijke registers bieden een redelijk betrouwbaar (maar niet volledig) overzicht van beroepen die in het negentiende-eeuwse Hoeven werden uitgeoefend.

Het tiende jaarboek kreeg de titel mee Op de gedachte aan profijt. Historische aspecten van ambachtelijkheid, bankwezen en gezondheidszorg in Hoeven en Bosschenhoofd. Met deze titel heeft de redactie de vele erin beschreven facetten willen bundelen.

Na een inleidende bijdrage over de patentregisters volgen er artikelen over de waskaarsenfabriek van de familie Coopmans, de koperslagers, klompenmakers en bakkers. Ook de bijdrage over de Heimolen in de Hoevense Achterhoek gaat grotendeels over ambachtelijk werk.

De fabrieksmatige bedrijvigheid komt aan bod in de geschiedenis van de Bosschenhoofdse steenfabrieken en de Hoevense melkfabriek Helpt Elkander. Specifiek gericht op de belangen van werknemers is het artikel over de vakbondsgeschiedenis.

In de drie laatste artikelen wordt een wat andere richting ingeslagen. Uitgebreid komt de geschiedenis van de gezondheidszorg aan bod. Vervolgens wordt in een andere bijdrage ingegaan op de productie en consumptie van alcoholische dranken in Hoeven en Bosschenhoofd door de eeuwen heen. Het laatste artikel bevat de geschiedenis van de Hoevense Rabobank.

Ruim 130 illustraties, waarvan een groot aantal niet eerder is gepubliceerd, sieren de teksten op of zorgen voor verduidelijking. De omslagillustratie vertoont twee beelden. Het bovenste is dat van De Peejenzaaier, het onderste heeft als naam meegekregen De Biddende Boer. Zij vertegenwoordigen de de bedrijvigheid in respectievelijk Hoeven en Bosschenhoofd.

Het boek bevat bijna 400 pagina’s en is daarmee het omvangrijkste dat de heemkundekring op dat moment had gepubliceerd. Achteraan is een ledenlijst opgenomen.

OVERZICHT VAN DE BIJDRAGEN IN JAARBOEK 10

De Hoevense patentregisters. M.J.C. Manniën

De firma Coopmans: een rijke roomse bedrijvigheid. M.A.A. Buijs

Koperslagers in Hoeven. C.J. Hack

‘Iedereen droeg klompen’. A.J.G.M. van der Logt en M.A Voermans

Veldovens en steenfabrieken te Bosschenhoofd. J.C. Manniën en C.A.I.L. van Nispen

Hoevense bakkers. M.A.A. Buijs

De heimolen in de Hoevense Achterhoek. F. Verschuren,

Vakbondswerk in Hoeven en Bosschenhoofd. P.C. Bakkers,

Een gezonde basis. Gezondheidszorg in Hoeven en Bosschenhoofd door de eeuwen heen. C.A.I.L. van Nispen en C.B.M. Uitdehaag-de Rooy

‘Helpt Elkander’ in voor- en tegenspoed. J.C. Manniën, drs. W.C.M. van Oosterhout en C.B.M. Uitdehaag-de Rooy,

Bier, borrels en brandewijn. Enkele aspecten van de geschiedenis van Hoevense bierbrouwerijen en tapperijen. C.M.M. van Caulil en P.C. Lauwerijssen

Van Boerenleenbank tot Rabobank. C.A.I.L. van Nispen,

Jaarboek 9

1993

‘Al is ons Hoeven nog zo klein, bij Etten wil het nooit nie zijn.’ Met deze leuze besloot raadslid H. Manniën in 1930 zijn mening, dat Hoeven niet bij Etten maar bij Oudenbosch gevoegd moest worden. Hoeven en Oudenbosch hoorden in de Middeleeuwen geruime tijd kerkelijk en bestuurlijk bij elkaar.

In Jaarboek 9 wordt uitgebreid aandacht besteed aan de geschiedenis van de Hoevense grenzen. In een drietal bijdragen wordt het ontstaan van die grenzen in Middeleeuwen beschreven en wordt verslag gedaan van de problemen en wijzigingen in verband met die grenzen. De afbeelding van de grenzen van de gemeente Hoeven en Bosschenhoofd lijkt op een zandloper. Dit model is ontstaan uit de politiek van een grootgrondbezitter als de abdij van St. Bernards bij Antwerpen. Het centrum van dat grondbezit was Bovendonk. Over de oudste grensgeschiedenis schreef Wil van Oosterhout onder de titel Palen rond de Halderberg.

In de zeventiende en achttiende eeuw leidde de grens tussen Hoeven en Etten bij de Palingstraat en de Heul lange tijd tot allerlei conflicten. Het grote probleem was, dat de bewoners van die straten in het dagelijkse leven georiënteerd waren op Hoeven en zich eigenlijk Hoevenaar voelden. Voor bestuurlijke zaken dienden ze zich echter te melden in het Ettense dorpshuis. Cees van Caulil schreef over deze grensconflicten in Tussen Markiezaat en Baronie.

In de laatste twee eeuwen is men druk bezig geweest plannen te maken om de Hoevense grenzen te wijzigen en de gemeente Hoeven van de kaart te laten verdwijnen. Dat laatste is uiteindelijk gebeurd in 1997. Maar daarvoor werden er allerlei plannen voor grenswijzigingen gepresenteerd en even zo snel verdwenen ze weer. Stan van Nispen schreef hierover onder de titel Onrust, Strijd, Berusting.

Jaarboek 19 opent met een artikel van Rieni Voermans over de geschiedenis van de Hoevense vrijwillige brandweer. De preventie en bestrijding van brand worden beschreven vanaf ongeveer 1600 tot 1992. Het artikel In de brand, uit de brand is voorzien van veel foto’s, met name van actiemomenten van de bestrijding van branden.

Het Hoevense mussengilde uit 1757 en 1805 is de bijdrage van Mario Manniën aan dit jaarboek. In die jaren heerste er in Hoeven en omliggende plaatsen een vogelplaag, waar de boeren veel van te lijden hadden. Bewoners werden verplicht om mussen en ander zogenaamd ‘schadelijk gevogelte’ te schieten of te vangen. Degene die weinig mussen inleverde, kon rekenen op een boete.

Jaarboek 9 telt 250 pagina’s en bijna 100 illustraties. In de omslagillustratie is in e vorm van een collage geprobeerd de drie bijdragen te verbeelden: een brandweerwagen rijdt door het kaartje van de voormalige gemeente Hoeven in de richting van een drietal mussen, die zich van geen gevaar bewust zijn.

HET HOEVENSE MUSSENGILDE IN BRABANTS LANDSCHAP

Het is altijd aardig, wanneer op enigerlei wijze aandacht besteed wordt aan onze jaarboeken. Dat kan variëren van een mondelinge reactie tot een publicatie in een tijdschrift. Zo verscheen in de zomeruitgave 2005 van Brabants Landschap, het tijdschrift van de Stichting Het Noordbrabants Landschap, nummer 147, een uitgebreid artikel van Thijs Caspers over Mussengildes in Brabant. Daarin wordt ook uitvoerig aandacht geschonken aan het artikel over het Hoevense Mussengilde, dat Mario Manniën schreef in ons Jaarboek 9. Het is met enige gepaste trots, dat we u hierop willen wijzen.

Tevens lijkt het ons zinvol uw aandacht te vestigen op de Stichting Het Noordbrabants Landschap, die zich inzet voor het behoud van natuur- en landschapsschoon in Noord-Brabant. Het tijdschrift Brabants Landschap verschijnt viermaal per jaar en bevat steeds vaker historische (heemkunde-) artikelen. Daarnaast krijgt u een handboek met beschrijvingen van Brabantse natuur-, wandel- en fietsgebieden en gratis toegang tot de natuurparken van de stichting. Aanmelden als lid kan via een speciale kaart in het tijdschrift of via de telefoon 0411-622775, website www.brabantslandschap.nl of e-mail info@brabantslandschap.nl. De contributrie bedraagt 13 euro per jaar. GEWOON DOEN!!!

Bedreigd Bezet Bevrijd. Bosschenhoofd en Hoeven in de Tweede Wereldoorlog

1992

Dit is een van de klassiekers van onze serie jaarboeken. Het is het ‘magnum opus’ van wijlen redactielid Stan van Nispen. Als verzetsman wilde hij al langer dit boek schrijven over de Tweede Wereldoorlog in Hoeven en Bosschenhoofd.

De voorbereiding van de totstandkoming van dit jaarboek heeft drie jaar in beslag genomen. Een werkgroep van vijftien leden van de heemkundekring De Honderd Hoeven heeft allerlei materiaal aangedragen in de vorm van interviews, bestuderen van literatuur en archiefstukken. Zo’n 80 mensen waren bereid hun herinneringen aan de oorlog mee te delen aan de interviewers.

Vervolgens werd het boek samengesteld en geschreven door Stan van Nispen, in nauwe samenwerking met de andere redactieleden. De harde feiten uit literatuur en archiefstukken werden vermengd met de herinneringen van de geïnterviewden. Aldus is een lezenswaardig en goed gedocumenteerd verhaal ontstaan.

Als titel werd gekozen voor Bedreigd Bezet Bevrijd. Bosschenhoofd en Hoeven in de Tweede Wereldoorlog. Het geeft de chronologische opbouw van het boek weer met het begin van de oorlog, de bezetting en de bevrijding.

In twaalf hoofdstukken komen vele zaken aan bod, die in de oorlog tot de dagelijkse werkelijkheid behoorden. Elk hoofdstuk kan dan ook afzonderlijk gelezen worden.

In de publiciteit heeft het hoofdstuk over de ‘foute’ burgemeester Jansen veel aandacht gekregen. En terecht, want het is een hoogtepunt in deze historische uitgave. Over dit gevoelig onderwerp is met grote terughoudendheid geschreven, waarbij getracht is een zo objectief mogelijk beeld van deze man te schetsen. Dat het gevoelig lag, bleek wel uit latere stekelige reacties van de familie van Jansen in de richting van Stan van Nispen.

Andere onderwerpen zijn: de Nederlandse arbeidsdienst, het verzet en kapelaan Verhaegen, de arbeidsinzet, de melkstaking, het smokkelen en illegaal slachten, het onderduiken, het bombardement in de Hofstraat en de neergestorte Franse, Duitse en Amerikaanse vliegtuigen. Als extra is ook een hoofdstuk over Nederlands-Indië toegevoegd. In totaal bevat het boek 381 bladzijden. Het is daarmee een van de dikste jaarboeken van de heemkundekring De Honderd Hoeven.

Helaas is het boek al lange tijd geleden uitverkocht.

Spoiler title

1991

De titel van Jaarboek 7 over de geschiedenis van het Hoevense onderwijs is ontleend aan een uitspraak uit 1807 over het onderwijs in Hoeven door schoolopziener A. Oomen. Een opmerking, waarmee volgens de auteur Cees van Caulil het onderwijs in Hoeven en Bosschenhoofd door de eeuwen heen juist getypeerd wordt als weinig spectaculair, maar meestal wel goed georganiseerd. Allen in de jaren veertig, vijftig en zestig van de twintigste eeuw kreeg het Hoevense (basis)onderwijs zelfs landelijke bekendheid door de vernieuwingen door schoolhoofd G. Lockefeer. Ook dit jaarboek is een direct gevolg van Jaarboek 5 over het godsdienstige leven in Hoeven. Bij de voorbereiding daarvan kwam zoveel materiaal, met name uit de periode voor 1800, ter beschikking, dat hieruit opnieuw een themanummer ontstond. Dat is chronologisch opgebouwd. De hoofdlijn wordt gevormd door de leerkrachten. Zij hebben eeuwenlang het Hoevense onderwijs bepaald en daarom vormen zij de ruggegraat van deze onderwijsgeschiedenis. Deze leerkrachten hebben gewerkt binnen een kader van ideeën en de uitwerking daarvan in voorschriften en regelingen. Historisch gezien is dat primair een religieus kader: aanvankelijk katholiek, later gereformeerd. Vanaf de Franse Tijd werd het vooral een wettelijk kader. Op deze kaders is de indeling van dit boek afgestemd. In hoofdstuk I wordt de periode tot 1648 beschreven, waarin het lager onderwijs op een katholieke grondslag werd gegeven. Hoofdstuk II handelt over de tijd tot 1795, toen hoofdzakelijk katholieke kinderen onderwijs kregen vanuit een protestantse visie. Vervolgens vormen de wettelijke regelingen en de opkomst van het bijzonder onderwijs gedurende de negentiende eeuw de belangrijkste onderwerpen uit hoofdstuk III. De realisering van volledig bijzonder onderwijs in Hoeven en de daarmee samenhangende problemen zijn verwerkt in hoofdstuk IV. Het laatste hoofdstuk probeert iets unieks in het Hoevense onderwijs aan te stippen en de daaruit voortvloeiende ontwikkelingen voor alle Hoevense scholen. Dit hoofdstuk wordt afgesloten met herinneringen van leerkrachten aan het Hoevense onderwijs van de laatste vijftig jaar. Jaarboek 7 heeft zich beperkt tot het onderwijs van het dorp Hoeven. Toch komt het onderwijs in Bosschenhoofd een aantal malen aan bod, maar dan in relatie met het Hoevense onderwijs. De geschiedenis van het onderwijs in Bosschenhoofd is beschreven in Jaarboek 2. Op zeker vier locaties is in Hoeven onderwijs gegeven. Bijna 400 jaar lang kreeg de Hoevense jeugd les in een gebouw, dat stond op de noordelijke hoek St. Janstraat-Sprangweg vlak bij de oude kruiskerk, bijna op de gemeentegrens van Hoeven en Etten. Verder was er zeker vanaf 1848 de meisjesschool en de bewaarschool bij het zusterklooster aan de Bovenstraat, de huidige Mariaschool. Tussen 1913 en 1973 kregen de jongens les in de St. Bernardusschool aan de noordzijde van de huidige Bernardusstraat, enkele tientallen meters ten westen van het huidige beveiligde kruispunt. Na 1973 konden zowel jongens als meisjes terecht in de Reuzelaar. De geschiedenis van deze schoolgebouwen loopt als een rode draad door de beschrijving. Op zaterdag 16 mei 1992 werd Jaarboek 7 gepresenteerd. Ook nu was er een begeleidende expositie ingericht, die een grote belangstelling kende.

Bovendonk. Van uithof tot seminarie

1990

Jaarboek 6 over de geschiedenis van Bovendonk was het eerste uitvloeisel van de informatie die verzameld was tijdens de voorbereiding van Jaarboek 5. Het is ook een van de weinige jaarboeken, waarvan de redactie achteraf moest vaststellen dat ze een grote vergissing begaan had. Het boek is namelijk geschreven door redactielid Wil van Oosterhout. Om onopgehelderde reden vergat de redactie de naam van de auteur ook op het titelblad te vermelden. In het Ten geleide staat het we: ‘Met de uitgave gaat een lang gekoesterde wens van de auteur W.C.M. van Oosterhout in vervulling.’ Het bijzondere van de geschiedenis van Bovendonk is, dat zij het Hoevense, zelfs het West-Brabantse overstijgt. Bovendonk heeft de laatste twee eeuwen landelijke bekendheid gekregen. Bedoeld is dan het seminariegebouw van de beroemde architect Pierre Cuypers uit het begin van de twintigste eeuw. Daarvoor hebben er andere gebouwen gestaan. Eerst was er de uithof Bovendonk van de monniken van St. Bernards, de cisterciënzer abdij bij Antwerpen aan de Schelde: een voorraadschuur en tevens bestuurscentrum voor de bezittingen van die kloosterlingen in de regio. Vervolgens was het een pastorie van de Hoevense katholieke geestelijkheid. Na 1648 werd het het verblijf van de Hoevense gereformeerde predikant. Op het eind van de achttiende eeuw verrees er een kasteeltje van de bisschop De Nelis van Antwerpen, dat in de Franse Tijd door de Franse geconfisqueerd werd. Vanaf 1816 was dit gebouw het bestuurlijk centrum van het vicariaat en later bisdom Breda. Vervolgens werd er het grootseminarie gevestigd tot 1967 toe. Na een leegstand van ruim tien jaar, waarbij het complex nagenoeg volledig leeggeroofd werd, trad Toon Hommel op als de reddende engel. Uiteindelijk werd er een priesteropleiding voor late roepingen gevestigd. In een interview met het Brabants Nieuwsblad van 10 mei 1991 zei Wil van Oosterhout: ‘Luister, ik ben opgegroeid in Hoeven en heb dus gespeeld in de tuin van centrum Bovendonk. Stiekem, want als je gezien werd, volgde een wilde achtervolging door de tuinman. Maar het gebouw en de omgeving, dat maakte indruk en dat is nooit veranderd.’ Op 10 mei 1991 werd het eerste exemplaar van Bovendonk. Van uithof tot seminarie door Wil van Oosterhout als auteur en voorzitter van de heemkundekring uitgereikt aan de voorzitter van Stichting Bovendonk drs. L. Aerden, die zijn priesteropleiding genoten had op datzelfde, toen grootseminarie, Bovendonk.

Ter kerke op de Halderberg. Zeven eeuwen kerkelijk leven in Hoeven

1989

Jaarboek 5 werd een uitgave speciaal voor het vijfjarig bestaan van de heemkundekring De Honderd Hoeven op 6 maart 1990. Jaarboek 5 is heeft evenwel als jaartal 1989. Er was door de redactiecommissie opnieuw gekozen voor een themanummer. Die commissie functioneerde voor het eerst in een samenstelling, die – naar later is gebleken – uiterst vruchtbaar is geweest voor het jaarboek. Zij bestond uit: Cees van Caulil, Piet Lauwerijssen, Stan van Nispen, Wil van Oosterhout en Rieni Voermans. Er was gekozen voor een ambitieus thema, namelijk de geschiedenis van het godsdienstige leven in Hoeven. In de eerste bijdrage schetste Cees van Caulil een beeld van Hoeven aan het eind van de dertiende en het begin van de veertiende eeuw. Een periode waarin het dorp zowel op bestuurlijk als kerkelijk terrein zijn zelfstandigheid wist te verwerven. Dat gebeurde door een toename van de West-Brabantse bevolking in de dertiende eeuw. Tegelijkertijd bouwde de abdij van St. Bernards aan de Schelde bij Antwerpen haar gebied in West-Brabant en ook rond de Halderberg in Hoeven verder uit. In het artikel werden ook de toponiemen Halderberg en Hoeven verklaard. De hoofdmoot van deze uitgave werd geschreven door Stan van Nispen. Hij had reeds ervaring opgedaan met het beschrijven van de parochiegeschiedenis van Bosschenhoofd. Nu was dan de parochie van St. Jan de Doper in Hoeven aan de beurt. In bijna 200 pagina’s komen allerlei aspecten van de parochie aan bod. Zo is er de ontwikkeling vanaf de afscheiding van Gastel tot 1583, de parochie tijdens de Tachtigjarige Oorlog en de schuilkerkperiode tot 1795. Via het verbreken van de band tussen de cisterciënzers van St. Bernards in de negentiende eeuw en de parochie bediend door de seculiere geestelijkheid komt de geschiedenis in het heden terecht. Tussendoor worden alle priesters beschreven die verbonden waren aan de parochie tot 1990 toe. Daarna volgen paragrafen over de Hoevense zouaven, de bouw en interieur van de nieuwe kerk, het zusterklooster aan de Bovenstraat en voorbije en geactualiseerde devotie, waaronder de autozegening. Het ontstaan, de ontwikkeling en de opheffing van de Hoevense hervormde gemeente is beschreven door Rieni Voermans. Het waren de weinige Hoevense protestanten van calvinistische huize en niet de katholieken, die in de periode 1648-1817 de oude kruiskerk, of wat daar van over was, in gebruik hadden. De katholieken hadden er niet vrijwillig uit oecumenische overwegingen afstand van gedaan, maar de wereldlijke overheid had hen daartoe verplicht. Overigens was de verstandhouding tussen de katholieken en hervormden in Hoeven zonder meer goed te noemen. In tegenstelling tot wat ons de vaderlandse-geschiedenisboekjes leren was er in Hoeven van enige strijd tussen de kerkgenootschappen geen sprake. Met de afbraak van het in 1817 opgerichte kerkje in de Bovenstraat verdween de laatste zichtbare herinnering aan de hervormde gemeente uit het straatbeeld. Jaarboek 5 eindigt met een artikel van Cees van Caulil over de oude middeleeuwse kruiskerk, die stond waar nu de Hertenlaan uitkomst in de St. Janstraat. Daarbij komen ook de twee voorlopers van deze kerk aan bod. Ondanks een opknapbeurt in het begin van de negentiende eeuw bleek het kerkgebouw de toestroom van Hoevense katholieken niet aan te kunnen en werd er in 1928 begonnen met de bouw van de nieuwe kerk. De oude kruiskerk was toen niet meer te redden. In 1960 waren alle sporen die nog aan dit gebouw herinnerden, verdwenen. Op die plaats verrezen woningen. Op zaterdagmiddag 28 april 1990 werd in het gebouw van St. Frans aan het Constantijn Huijgensplein, de toenmalige thuishaven van de heemkundekring, het jaarboek aangeboden aan pastoor A. Demmers van de Hoevense parochie en dominee H. van Duinen uit Etten-Leur als vertegenwoordiger van de protestantse gemeenschap. Onder hun beider naam was in het boek een voorwoord geschreven. Tegelijkertijd was er in St. Frans een expositie over het religieuze leven in Hoeven, die veel bezoek getrokken heeft. Ook de redactie was enthousiast over de ontvangst van haar vijfde jaarboek. Zij eindigde haar inleiding met: ‘Mocht bij U als lezer de gedachte rijzen dat na vijf jaarboeken de geschiedenis van Bosschenhoofd en Hoeven wel beschreven zal zijn, dan vergist U zich. Het uitgebreide archiefonderzoek van de laatste jaren heeft zoveel nieuw materiaal opgeleverd, dat wij die verhalen zeker tot aan het tweede lustrum aan U willen presenteren.’

Jaarboek 4

1988

Het vierde jaarboek was eigenlijk het eerste, dat niet volledig op een bepaald thema gebaseerd was. Toch waren een tweetal artikelen nog het gevolg van de Gerlagh-expositie. Die twee en nog een derde gingen over de St. Maartenspolder. In de eerste bijdrage was ontstaan uit het voornemen om ook de recente (contemporaine) geschiedenis te beschrijven. Dat was een uitgebreide terugblik op het jaar 1938: een gedetailleerd en vrij volledig overzicht van het reilen en zeilen van de Hoevense en Bosschenhoofdse gemeenschap zo’n vijftig jaar geleden. De auteur en samensteller was Stan van Nispen; anderen hebben in mindere of meerdere mate hun medewerking eraan gegeven. W. van Oosterhout en G. de Bie beschreven De Andenqueeck in de Sint Maartenspolder, een voormalige herberg aan de Mark. Het uithangbord van deze herberg staat op het omslag. In de herberg vergaderden vaak het burgerlijke en waterschapsbestuur van de St. Maartenspolder. In de Gerlagh-collectie bevinden zich enkele afbeeldingen van dit gebouw. Een artikel over boerderij Boschlust in de St. Maartenspolder werd geschreven door Frans Withagen. Hij probeerde daarin enkele raadsels die met deze boerderij samenhangen, op te lossen. De bijdrage Over veren en bruggen aan het Lamgat was een lang gekoesterde wens van W. van Oosterhout. Samen met J. Manniën ging hij op zoek naar de geschiedenis van het Lamgats veer. Ook in dit geval was een prent van Gerlagh de aanleiding.

Jaarboek 3

1987

Naast het publiceren van jaarboeken wilde de nieuwe heemkundekring ook op andere manieren aandacht vragen voor de geschiedenis van Hoeven en Bosschenhoofd. Een medewerker van het streekarchief De Markkant, Rieni Voermans, had vernomen dat in het Catharina Gasthuismuseum in Gouda een collectie prenten lag uit het eind van de achttiende eeuw, waarop allerlei locaties van het Hoeven uit die tijd vereeuwigd waren. Dat was gedaan door de toenmalige schout Johan Louis Gerlagh. Daarop toog in 1986 een delegatie van de heemkundekring naar dat museum en kwam enthousiast terug: er lag daar voor de Hoevense geschiedenis een schat aan illustraties en daar moest iets mee gebeuren. De gehele collectie in eigendom verkrijgen bleek, ondanks de inspanningen van burgemeester A. Osterloh, niet haalbaar. Maar een expositie organiseren wel. En dus werd in 1986 en 1987 veel tijd en energie gestopt in de organisatie van de expositie van de Gerlagh-pentekeningen. Die werd op 28 mei 1987 in de kelders van Bovendonk geopend. Bij de voorbereiding voor de expositie werd veel informatie verzameld, die niet direct voor de tentoonstelling te benutten was, maar wel kon dienen voor publicaties in een jaarboek. En zo verscheen in april 1988 Jaarboek 3. Het Jaarboek is opgedragen aan O. Ringers, de grote animator van de Gerlagh-expositie, die in 1987 overleed. Hij was tevens de ontwerper van het verenigingslogo. Na een In memoriam werd zijn (onvoltooide) bijdrage over de familie Gerlagh opgenomen. De bijdrage van C. Lohmann over het Hooghuis – oorspronkelijk gepubliceerd in De Ghulden Roos – werd in een aangepaste versie opgenomen. P. Lauwerijssen schreef over de herberg De Trompet, een huis dat stond naast het Hooghuis en laatstelijk bewoond werd door de bekende gebroeders De Vroom. C. van Caulil maakte een beknopte reconstructie van de dorpskom van Hoeven, zoals die er rond 1800 (de tijd dat Gerlagh die dorpskom schilderde) was. In een verhaal over de Kruisstraat schreef G. de Bie over de posthuizen, die daar stonden en hun betekenis voor het internationale post-, personen- en goederenvervoer. Dit derde jaarboek werd besloten met een verslag door A. van Peer over de Gerlagh-expositie.

Bosschenhoofd. Gedenkboek 100 jaar parochie en kerkdorp 1886-1986

1986

Ook bij de uitgave van Jaarboek 2 kreeg onze heemkundekring externe financiële steun. Ging het in 1985 bij Jaarboek 1 om het waterschap De Hoevense Beemden, nu in 1986 bestond de parochie van het Heilig Hart van Jezus uit Bosschenhoofd 100 jaar. De oprichting van die arochie betekende tevens het ontstaan van het dorp Bosschenhoofd. Kerkbestuur, Rabobank, Ankerfonds en gemeente Hoeven waren bereid de uitgave financieel mogelijk te maken. In zijn ‘Ten geleide’ bij Jaarboek 2 schreef de voorzitter van de heemkundekring Wil van Oosterhout onder meer: ‘Een unieke gelegenheid voor de heemkundekring “De Honderd Hoeven” om dit jubileum extra glans te geven middels de uitgave van dit gedenkboek.’ Deze publicatie werd geschreven door de leden van de heemkundekring C.A.I.L. van Nispen en J.C.M. Wittebols, allebei inwoners van het kerkdorp Bosschenhoofd. Het boek is een standaardwerk over de geschiedenis van Bosschenhoofd. Het betekende ook het begin van een vele jaren durend zeer vruchtbaar redactielidmaatschap van Stan van Nispen. Het eerste exemplaar werd op 2 juli 1986 uitgereikt aan de bisschop van Breda monseigneur H. Ernst. Bij die plechtigheid karakteriseerde pastoor H. Pitt de uitgave als: ‘Dit boek geeft zo’n beetje het gezicht van Bosschenhoofd weer’. En dat was niet de enige lof die het boek ontving. In De Stem van 3 juli 1986 werd het ruim 150 pagina’s tellende, gebonden boek getypeerd als ‘prettig leesbaar’. Daarnaast werd positief geoordeeld over het feit, dat naast de parochiegeschiedenis ook de oudste geschiedenis van Bosschenhoofd als bewoonde locatie en die van het kerkdorp vanaf 1886 zijn beschreven. ‘Voor een pas in 1985 opgerichte heemkundige kring is dit werk bewonderenswaardig’, aldus De Stem. De 550 exemplaren bereikten hun lezers snel. Drie weken later was het boek uitverkocht, waarna een herdruk verscheen. Momenteel is de uitgave alleen nog antiquarisch te krijgen. De destijds betaalde prijs van 20 gulden is nu meer dan verdubbeld. De heemkundekring De Honderd Hoeven beschikt dan ook zelf niet meer over exemplaren voor de verkoop. Na een inleidend hoofdstuk over ‘Bosschenhoofd in historisch perspectief’, waarin onderwerpen aan bod komen als het ontstaan van Bosschenhoofd, de moernering, de postbanen, de naam Seppe en Maplefarm, volgt een beschrijving van de stichting van de openbare school. De hoofdstukken daarna zijn geordend volgens de parochiegeschiedenis. Eerst een algemeen hoofdstuk over de oprichting van de parochie, waarna in chronologische volgorde de pastoors beschreven worden. Daarbij worden parochiegeschiedenis en de historie van het dorp gemengd. Handig is dat aan het boek als bijlage een verklarende begrippen- en woordenlijst is toegevoegd.

Het waterschap De Hoevense Beemden 1409-1985

1985

Dit eerste Jaarboek verscheen in het jaar dat de heemkundekring De Honderd Hoeven werd opgericht. Dat was respectievelijk op 23 december en 6 maart 1985. Het is een gouden greep gebleken van wijlen drs. Wil van Oosterhout, de initiatiefnemer tot de oprichting van de Hoevense heemkundekring. Hij had een grote belangstelling voor het gebied van de Hoevense Beemden. Die kwam voort uit zijn jeugd en zijn latere studie fysische geografie. Zijn goede contacten met bestuur en leden van het waterschap, dat per 1 januari 1986 op zou gaan in het waterschap De Mark-Vlietlanden, bezorgde de heemkundekring de opdracht een gedenkboek te schrijven over het 575-jarig bestaan van het waterschap De Hoevense Beemden. De kosten zouden door het op te heffen waterschap volledig gedragen worden. Voor de heemkundekring, die toen met een beperkt aantal leden nauwelijks over enig kapitaal kon beschikken, een welkom geschenk. Er werd een werkgroep gevormd, die het archief van het waterschap, dat toen nog in Hoeven huisde, uitvoerig bestudeerde. Het resultaat was een eenvoudige uitgave in pocketformaat en bestaande uit 113 pagina’s. Wil van Oosterhout nam zelf het beschrijven van de oudste geschiedenis voor zijn rekening. Cees van Caulil onderzocht het polderbestuur en zijn dijkgraaf Hendrick Thonisse Schouwe in 1625. Dezelfde auteur beschreef de bouw van de windwatermolen in de Hoevense Beemden in 1756. Daarna was het de beurt aan Gerard de Bie om aandacht te besteden aan de Hoevense Beemden in de Franse Tijd. Wijlen Oege Ringers onderzocht het ombouwen van de windwatermolen tot stoomgemaal, waarna het eerste Jaarboek besloten werd met een bijdrage van Wil van Oosterhout over de drooglegging van het waterschap in de jaren dertig van de twintigste eeuw. Een overzicht van waterschapsbestuurders en een verklarende woorden- en begrippenlijst besluit deze uitgave. Het boekje werd aan de ingelanden van de polder op de opheffingsvergadering op maandag 23 december 1985 aangeboden. Hoewel de drukker de redactie verzekerd had, dat de boekjes zo verlijmd waren, dat de bladzijden zelfs met tien paarden niet los zouden gaan, bleek het tegendeel het geval. De verzamelde boeren, niet gewend om dagelijks met dit formaat boeken om te gaan, duwden met een hand middenin op het opengeslagen boekje, met als gevolg dat de bladzijden alle kanten opstoven. Een aanvankelijk trotse redactie had wel onder het tafellaken willen schuilen uit schaamte. Alle uitgedeelde boekjes werden weer verzameld en opnieuw gelijmd, nu met een beter resultaat. Gesteld kan worden dat dit het begin was van een succesvolle serie, die er zeker voor gezorgd heeft dat de heemkundekring al snel een bloeiende en actieve vereniging werd.


Wil van Oosterhout